Zittende Balinese vrouw Zittende Balinese vrouw

I.L. (ISAAC) ISRAELS 1865 Amsterdam - 1934 Den Haag Zittende Balinese vrouw

Olieverf / Doek: 65 x 40 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

In de felle tropenzon poseert een inlandse vrouw tegen een achtergrond van tropische planten in potten. De overwegend gele tinten die Israels gebruikte versterken het gevoel van zinderende hitte. Het schilderij is dan ook gemaakt in Nederlands-Indië waar Isaac Israels na lang aarzelen in 1921 naar toe was gereisd. In Den Haag was Indië nooit ver weg en Isaac Israels was al langer gefascineerd door de mensen uit die verre kolonie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog portretteerde hij in Den Haag in Nederland verblijvende Indische studenten, zoals de rechtenstudent Sosro Kartono, later een van de leiders van de Indische onafhankelijkheidsbeweging. In 1916 ontmoette hij er de adellijke Javaanse student Raden Mas Jodjana op een benefietavond voor een watersnoodramp in Indië, die daar een hofdans opvoerde. Die voorstelling was zo succesvol dat Jodjana de rest van zijn leven aan de dans zou wijdden. Na hun ontmoeting nam hij met weinig succes schilderlessen bij Israels. Desondanks raakten Jodjana en Israels goed met elkaar bevriend.

Isaac Israels had lang getwijfeld om de kolonie zelf te bezoeken omdat hij bang was zich te gaan vervelen op de lange zeereis. Ook tegen de warmte en de drukte van Indië zag hij op. Op de SS. Koningin der Nederlanden genoot hij echter van de vele, vaak exotische mede-passagiers en schetste hun portretten. Eenmaal in Nederlands-Indië reisde Israels van Batavia via Buitenzorg en Yokjakarta naar Solo. Onder¬weg bewonderde hij het landschap en de wolkenluchten, waar hij echter als typische mensenschilder niets mee kon. Het werken in Indië kostte hem aanvankelijk moeite. Hij miste de levendigheid van het moderne Europese stadsleven. Net als hij in Europa ge¬wend was, ging hij ook in Indië op zoek naar kleurrijke motieven. Daarbij bleef hij aan de oppervlakte; in de Javaanse cultuur verdiepte hij zich niet. Jodjana had hem een introductie bezorgd bij de sultan van Djokja, en via hem bij de Mankoenegara, de vorst van Solo. Aan beide hoven werd Israels, tot zijn teleurstelling, met alle egards ontvangen als beroemde Europese schilder. De hele hofhouding trad, geheel in het nieuw gestoken aan om te poseren. Israels wilde echter veel liever het gewone leven aan het hof onbevangen observeren en vastleggen, zoals hij in Europa gewend was. “Het aardigste wat hier is, veel beter dan wat je in die eigenlijk doodvervelende paleizen ziet, zijn juist die eenigzins nonsensikale feestelijkheden, die hier elk oogenblik voorkomen bij bruiloften, besnijdenissen enz. Overigens is het bestaan hier sinister” schreef hij. “Ik hoop dat ik hier lang genoeg kan blijven om die heele hofkliek te laten schieten en te maken wat je op straat ziet”.

Veel beter beviel het Israels op Bali waar hij kort naartoe ging vanuit Solo. Op weg ontmoette hij op de veerboot zijn stadsgenoot, de schrijver Louis Couperus. Aan de schilder Willem Witsen schreef hij: “Bali bevalt mij best, echt landelijk, pracht reuzeboomen zie je overal, het volk is heel aardig. De vrouwen een beetje gevaarlijk voor al te jonge controleurtjes schijnt het.... Je begrijpt wij zijn boven zulke dingen verheven, goddank! Er is wel een bizondere balineesche chic, ze dragen daar 't bovenlijf bloot. Couperus vond er moest een leeftijdgrens zijn maar dat vind ik niet”. De Balinese vrouw op ons schilderij is overigens decent aangekleed. Hoe langer Isaac in Indië bleef, hoe enthousiaster hij werd. Vooral toen hij het effect van de felle tropenzon ontdekt had kon hij, ondanks de hitte, niet ophouden met schilderen. “Ik heb namelijk ontdekt dat men de Javanen natuurlijk juist in de zon moet laten poseeren al schreeuwen zij dan ook moord en brand. Naarmate ik dichter bij 't uur van vertrek kom (ik moet nu wel weg want ik ben al 4 keer van boot veranderd) vind ik 't hier natuurlijk steeds mooier!” Isaac was van plan om na zijn terugkeer een speciale tentoonstelling te organiseren van zijn Indische werken. Dat kwam er echter niet van omdat de belangstelling voor die schilderijen zo groot was dat hij alles na aankomst in Nederland direct al verkocht had.

Artiest
I.L. (ISAAC) ISRAELS1865 Amsterdam - 1934 Den Haag
Titel
Zittende Balinese vrouw
Materiaal & Techniek
Olieverf / Doek
Afmetingen
Hoogte: 65 cm
Breedte: 40 cm
Signatuur
Rechtsonder gesigneerd "Isaac Israels"
Provenance
Collectie François Buffa & Fils, Amsterdam
Sale Paul Brandt, Amsterdam, 1965-11-02 - 1965-11-08, lotnr. 193
Particuliere collectie Nederland
Sale Sotheby's, Amsterdam, 1996-04-23, lotnr. 71
Kunstgalerij Albricht, Oosterbeek, 2004
Particuliere collectie Nederland
Private collection The Netherlands
Datering
1921
Categorie
Schilderijen

Over I.L. (ISAAC) ISRAELS

Isaac Israels was de enige zoon van de schilder Jozef Israels. Het gezin verhuisde in 1871 van Amsterdam naar Den Haag. Isaac kreeg daar ook zijn opleiding aan de academie tegelijk met o.a. George Breitner, Floris Verster en Marius Bauer. Hij was van jongs af aan een veelbelovend kunstenaar en won al vroeg prijzen voor zijn schilderijen. In de jaren ’80 specialiseerde Isaac zich in militaire onderwerpen, een belangstelling die hij deelde met Breitner en Verster. Ondanks deze veelbelovende start vond hij dat zijn opleiding nog niet was voltooid en ging naar Amsterdam, waar hij opgenomen werd in de kring der Tachtigers. Het woelige stadleven werd de rode draad door zijn werk. Tussen 1887 en 1894 is het stil rondom hem: weinig schilderijen zijn uit deze periode bekend. Vanaf het midden van de jaren ‘90 ging Israels ‘s zomers terug naar Den Haag waar hij samen met zijn vader aan het strand ging schilderen. Zij huurden dan een villa in Scheveningen. Isaacs in Amsterdam ontwikkelde impressionistische stijl bleek bij uitstek geschikt om het vrolijke strandleven met luchtige, lichte toets vast te leggen. Zijn schilderijen van ezeltje rijdende kinderen waren publiekslievelingen en zijn nog altijd bijzonder geliefd. Israels grapte dat de verkoop van een schilderij “de Hoogste der kunsten” was. Zijn ezeltje-rijdende kinderen werden gretig gekocht voor hoge prijzen, en kunnen alleen al om die reden als hoogtepunten in zijn oeuvre worden beschouwd. Isaac Israels was niet alleen de virtuoze schilder van het moderne (stads)leven, hij was ook een bijzonder begaafd portrettist. Vooral in de laatste fase van zijn leven maakte hij in opdracht portretten van belangrijke Nederlanders. Ook in dit genre bleven vrouwen zijn favoriete onderwerp. Zijn hele leven had hij het liefst dienstmeisjes, Amsterdamse straatmeiden, telefonistes, mannequins in warenhuizen en naaktmodellen getekend en geschilderd. Ook zijn vrouwenportretten vormen hoogtepunten in zijn oeuvre, zoals van de spionne Mata Hari, de eerste vrouwelijke arts Aletta Jacobs en de actrice Fie Carelsen. Isaac Israels was gewend een snelle karakteristiek te geven van zijn modellen. Een rake typering moest in één keer op het doek verschijnen. Zijn beste schilderijen zijn dan ook levendig, spontaan en precies goed getroffen. ‘Ik heb laatst toen ik uit mijn raam keek een aanval van patriotisme gehad tot mijn verbazing. Het hollandsche is toch naar mijn idee het mooiste wat er bestaat.’ schreef Isaac Israels op weg naar Londen vanuit Hamburg aan de schilder Willem Witsen. Dat belette hem niet om rusteloos het continent op en neer te reizen. Israels reisde altijd al graag. Als kind al ging hij jaarlijks met zijn ouders naar Parijs. Hij maakte reizen naar Italië, Spanje en Noord-Afrika, Zwitserland, Spanje en Scandinavië om te tekenen en te schilderen. In de jaren ‘20 bracht hij zelfs enige tijd door in Nederlands-Indië. Vanaf 1903 had Israels een eigen atelier in Parijs, waar hij zijn favoriete onderwerpen vond onder modieuze Parijzenaren en zich kon onderdompelen in de moderne kunst die daar te zien was. In de lente van 1913 verruilde hij die stad voor Londen, waar hij een tijd een eigen studio had. Ondanks alle reizen en alle indrukken bleef Israels altijd zichzelf. Hij was in Parijs een buurman van Picasso, ging de stad in met Kees van Dongen, bewonderde de symbolist Odilon Redon en had een tijd een van de Zonnebloemen van Vincent van Gogh aan de muur. Door al die moderne indrukken liet hij zich echter niet meer van zijn moeizaam ontwikkelde pad afbrengen. Na zijn Amsterdamse jaren werd zijn palet wat lichter en zijn onderwerpen mondainer, maar hij bleef tot zijn dood vasthouden aan zijn virtuoze impressionistische stijl. In 1923 vestigde hij zich definitief op de Haagse Koninginnegracht, waar hij het atelier van zijn vader tot lang na diens dood leeg had laten staan.