Buurtje in Amsterdam (Kostverlorenvaart) Buurtje in Amsterdam (Kostverlorenvaart)

J.C.B. (JAN) SLUIJTERS 1881 's-Hertogenbosch - 1957 Amsterdam Buurtje in Amsterdam (Kostverlorenvaart)

Olieverf / Doek: 42 x 33,5 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

Een bijzonder schilderij uit Sluijters meest experimentele periode. We zien een bruggetje, een woonboot in een vaart, een roeibootje, wat gebouwen op de achtergrond, alles gevangen in een caleidoscopisch geheel van toetsen kleur. Sluijters bouwde dit schilderij op uit kleine vlakjes, stippen en streepjes. Met die enorme variatie aan toetsen bereikte hij een ongekend effect. Dikke en dunne verfstreken, vierkantjes van kleur, kleine felle streepjes en golvende lijnen zetten het hele beeld in een wervelende beweging. Buurtje in Amsterdam is een vroeg voorbeeld van de experimentele stijl die luminisme zou gaan heten. Het was een landschap zoals weinigen in Nederland het ooit hadden gezien.

Niet “het zoeken naar effect, door met kleuren te patsen” was wat Jan Sluijters wilde in de tijd dat hij dit schilderij maakte. Zijn kunst kwam voort uit “een heviger voelen van een superioriteit van geest, die ontroerd wordt door de dingen, die boven het gewoon optisch waarneembare staan”, zoals hij zei. Die nieuwe principes had Sluijters, opgeleid als klassiek schilder, in Parijs ontdekt. In 1904 had hij de Prix de Rome ontvangen. Deze reisbeurs was bedoeld om in Italië de kunst van de oude meesters te kopiëren. Sluijters was echter meer geïnteresseerd in de allernieuwste kunst die in Parijs te zien was. Het werk dat hij in 1906 terugzond naar de commissie die moest beslissen over de verlenging van de beurs bleek sterk geïnspireerd door de spontane manier van schilderen en de felle kleuren van de moderne schilders daar, als Toulouse-Lautrec, Derain, Matisse en Van Dongen. De Prix de Rome-commissie was geschokt. Zij verweet Sluijters onder meer “los van alle gezonde kunstprincipes het valse vernuft der nieuwe Fransche richting te huldigen door groote minachting voor de Schoonheden der techniek van het schilderen en door een valsch streven naar gewild nieuwe kleurstemmingen en naar ruwe hartstochtelijkheid”. Sluijters raakte zijn beurs kwijt, maar had wel in één klap naam gemaakt als grote vernieuwer van de schilderkunst. Buurtje in Amsterdam is een van de eerste werken die hij na zijn terugkeer maakte. Het grote schilderij Bal Tabarin, zijn herinnering aan het Parijse nachtleven dat hem zijn beurs kostte, voltooide hij in hetzelfde jaar.

In Amsterdam liet Sluijters zijn nieuwe Franse stijl los op de rommelige randen van de stad. Hij tekende en schilderde er fabrieksterreinen, nieuwe stadsuitbreiding en de zaagmolens in de Baarsjes en de omgeving van de Kostverlorenvaart en herschiep het stadsbeeld in een dynamische warreling van kleuren. Het werk van Sluijters werd regelmatig geweigerd op tentoonstellingen, waardoor zijn reputatie alleen maar groeide. In dit jaar maakte hij kennis met de kunstverzamelaar dr. J.F.S. Esser die hem wel steunde en onder andere dit schilderij van hem kocht.

Het ‘valse vernuft der nieuwe Fransche richting’ is ons schilderij duidelijk zichtbaar in een expressief pointillisme met de opvallende kleuren roze, paars en blauw en de dynamische verftoets. Daarmee introduceerde Sluiters een nieuwe Nederlandse kunststroming, het luminisme, die rond 1910 zijn hoogtepunt zou bereiken. Naast Sluijters gingen ook Leo Gestel en Piet Mondriaan in deze stijl schilderen. Het luminisme was de Nederlandse verwerking van vooral Franse vernieuwingen in de schilderkunst: het divisionisme, waarbij de verschillende kleuren in korte streepjes of blokjes naast elkaar op het doek werden gezet, en het fauvisme, waaraan heftige kleurcontrasten en een vrijere manier van schilderen werden ontleend. Daarbij kwam nog de invloed van Vincent van Gogh, waarvan het werk langzamerhand bekender was geworden bij Nederlandse schilders. Samen met Conrad Kikkert, Piet Mondriaan en Jan Toorop richtte Sluijters in 1910 een vereniging op om de nieuwe richting te propageren: de Moderne Kunst Kring. Er kwam echter al snel een einde aan het luminisme. Op de tentoonstelling die de vereniging in 1911 in Amsterdam organiseerde was het nieuwste uit Parijs te zien: het kubisme. De Nederlandse schilders gingen nu experimenteren met de nieuwe Franse stijl, ook Sluijters.

Artiest
J.C.B. (JAN) SLUIJTERS1881 's-Hertogenbosch - 1957 Amsterdam
Titel
Buurtje in Amsterdam (Kostverlorenvaart)
Materiaal & Techniek
Olieverf / Doek
Afmetingen
Hoogte: 42 cm
Breedte: 33,5 cm
Signatuur
JS, Linksonder
Provenance
Collectie J.F.S. Esser, Amsterdam, 1908 - 1946
Erven Dr. J.F.S. Esser, Amsterdam, 1946 - 1991
Veiling Christie's, Amsterdam, 11-12-1991
Collectie Pronk, Utrecht, 1992 - 2022
Particuliere collectie Nederland, 2022
Literatuur
Comp. to J. Juffermans, N. Bakker, "Jan Sluijters. Schilder", 1981, Mijdrecht, pag. 20 t/m 24 (afb.)
Comp. to J. de Raad, D Coolen, "Jan Sluijters. Schilder met verve", 1999, Laren, pag. 30 t/m 33, no. 37 (afb.) e.v.
Artwork has been archived in the digital "Catalogue Raisonné" by the Dutch Institute for Art History (RKD), The Hague
Datering
1907
Categorie
Schilderijen

Over J.C.B. (JAN) SLUIJTERS

Jan Sluijters behoort tot de belangrijkste Hollandse schilders uit de eerste helft van de 20ste eeuw. In 1904 won hij de Prix de Rome. De moderne Franse schilderkunst leerde Sluijters in 1906/1907 in Parijs kennen en was van beslissende invloed op zijn werk. Hier kreeg hij contact met nieuwe stromingen in de kunst zoals het Fauvisme (Matisse, De Vlaminck, Roualt, Van Dongen) en het luminisme (Seurat, Signac). In de jaren 1906 - 1916 verwierf hij erkenning als één van de grote vernieuwers van de Nederlandse schilderkunst. In de periode dat Sluijters een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Nederlandse luminisme was, met name in de jaren 1907-1911, keerde het onderwerp bos, bomen, lanen en zandwegen regelmatig terug in zijn werk; meer dan 15 keer werd deze thematiek - voorzover bekend - afzonderlijk, dan wel in combinatie door hem behandeld. De bosgezichten uit 1907 en 1908 roepen herinneringen op aan de composities en het kleurgebruik van Vincent van Gogh (1853-1890). De topografie, het perspectief en de nog precieze weergave van bomen en gebladerte domineren de composities uit deze jaren. Door privé-omstandigheden, vertrok Sluijters met zijn vriendin Greet van Cooten naar het Brabantse Heeze. Aldaar schilderde hij een aantal uitbundige bosgezichten, boomgaarden en boerderijen. Kleurcontrasten, divisionistische korte verfstreken in horizontale en verticale vorm naast de langere lijnen van de boomstammen kenmerken het handschrift. Beïnvloeding, keuze voor dezelfde onderwerpen en samenwerking tussen Piet Mondriaan (1872-1944), Leo Gestel (1881-1941) en Sluijters is door vele auteurs aan de orde gesteld. Ook in dit geval geven de natuurstudies van bomen in niet-realistische kleuren, die een expressie van de beleving van de natuur tot uitdrukking moeten brengen, niet alleen overeenkomsten, maar tevens verschillen tussen de drie kunstenaars te zien. In 1908 schilderde Mondriaan zijn beroemde en monumentale "Bos bij Oele" (collectie Haags Gemeente-museum), waarin in het bijzonder het accent gelegd wordt op horizontale en verticale lijnen in gele en blauwviolette kleurcontrasten. Dit schilderij, voor het eerst tentoongesteld in januari 1909 op een gemeenschappelijke expositie van Kees Spoor (1867-1928), Sluijters en Mondriaan in het Stedelijk Museum te Amsterdam, moet op Sluijters grote indruk hebben gemaakt. De wijze waarop de bomen in het "Boschlaantje" uit 1910 vorm en kleur gegeven zijn, getuigt van deze beïnvloeding, maar tevens van het grotere accent dat Sluijters legde op het bontere kleurengamma: blauw, violet, geel, rood, zwart en vele groenvarianten. Het perspectief speelde steeds minder een rol in de bosgezichten van 1910 en 1911; in het "Boschlaantje" slechts aangegeven door de locatie van de bomen en de korte verfstreken van de weg. Zoals in het "Bos bij Oele" reiken de bomen en de kruinen tot in de hemel en besluiten aan de bovenzijde het schilderij. Horizon en gebladerte lopen vloeiend in elkaar over. De schilderijen die Sluijters in 1910 maakte, behoren tot de fraaiste werken uit zijn luministische periode. Zo ook het "Boschlaantje", waarin op bijna abstracte wijze het spel van korte en lange lijnen, brede en smalle kleurvlakken zich voltrekt. Toch blijft Sluijters door de bomen het bos zien; de compositie blijft herkenbaar. Het ging Sluijters niet om "het zoeken naar effect, om met kleuren te patsen", zoals hij zijn schildersvriend Kees Spoor in 1910 toevertrouwde, maar om "een heviger voelen van superioriteit van geest, die ontroerd wordt door de dingen die boven het gewoon optisch waarneembare staan" in verf uit te drukken. In de loop van 1911, samenvallend met zijn vertrek uit Laren, brak Sluijters met het luminisme en sloeg hij een andere artistieke weg in.