Spuistraat at The Hague Spuistraat at The Hague

P.F.N.J. (FLORIS) ARNTZENIUS 1864 Soerabaja (Indonesië) (Indonesia) - 1925 Den Haag Spuistraat at The Hague

Oil / Canvas: 63,5 x 43,5 cm


Available, price on request
  • This artwork can be viewed in our gallery
  • Call us for more information: +31 26 361 1876
  • World wide shipping available

Details

De Haagse Spuistraat, ook een eeuw geleden al een drukke winkelstraat, op een dag met somber weer. Met schilderijen als dit is Floris Arntzenius beroemd geworden. Hij werd zelfs de ‘meester van de Haagse straatjes’ genoemd. Dit sfeervolle schilderij heeft alles wat Arntzenius’ werk zo aantrekkelijk maakt. Het wat druilerige weer vervaagt de vormen en maakt alle kleuren op elkaar afgestemd, alleen tussen de mensen die de drukke straat bevolken is met rood en wit een opvallend accent aangebracht. Het zijn echter niet de winkelende mensen, maar het onregelmatige ritme van de gevels tegen de grijze lucht, wat lager herhaald door de uithangborden van de winkels, dat de hoofdrol speelt in dit stemmingsvolle schilderij. “Zoo’n gevel, zie je, dat is een heerlijk ding. Allemaal van die uithangborden en vlaggestokken, al dat grillige. En dan zoo even hier - en daar een kleurtje erin. Wat rood. Wat geel soms. Zoo’n tipje maar. En dan krijg je ‘t toch levendig! Als ‘t nou geregend heeft, dan is ‘t nog leuker: dat asfalt net een spiegel”, zei Arntzenius in 1910 in een interview. Ondanks dat hij ook in veel andere genres actief was, waren stadsgezichten bij somber weer zijn specialiteit. ”Ik wou dat het morgen grijs weer was, want met die strakke luchten is bijna niets mooi”, schreef hij aan zijn moeder, en: “Vandaag zon geweest, de hele dag, jammer.”

Net als zijn collega’s van zijn generatie, als Isaac Israels en Breitner, raakte ook Arntzenius geïnteresseerd in het leven in de grote stad. Het was niet meer het Hollandse landschap, maar de stad en het drukke moderne leven daar, die het werkterrein werd van de jongere kunstenaars die de impressionistische Amsterdamse School zouden vormen.

Arntzenius leerde Israels en Breitner kennen aan de Rijksacademie in Amsterdam, samen met onder anderen Jan Veth en Willem Witsen, waar ze samen het schildersvak leerden. Vooral voor Breitner had hij grote bewondering. Na wat omzwervingen, volgens sommigen om zich van Breitner los te maken, keerde hij terug naar Amsterdam. Daar merkte hij dat deze stad toch niet de ideale plaats voor hem was. Hij vond Amsterdam te groot en te 'grillig', “Deze stad vraagt om groot formaat doeken”, zei hij, en dat paste niet bij hem. Den Haag werd de stad waar hij zich thuis voelde. Zijn moeder had zich hier gevestigd na haar terugkeer uit Indië en Arntzenius voegde zich bij haar. Hier werd hij enthousiast lid van allerlei kunstenaarsverenigingen, trouwde met de kunstenaar Lide Doorman en schilderde zijn goedverkopende stadsgezichten. Daarnaast was hij een begaafd portretschilder. Hij maakte vele portretten in opdracht, maar tekende en schilderde graag spontane portretten van zijn gezin, en van vrienden en collega’s in de kunstenaarssociëteit of in het café. Ook Scheveningse strandgezichten en bloemstillevens schilderde hij veel. Toch zijn het de sfeervolle ‘straatjes’ die het meest zijn blijven boeien, en die nog altijd gezocht worden door verzamelaars.

Artist
P.F.N.J. (FLORIS) ARNTZENIUS1864 Soerabaja (Indonesië) (Indonesia) - 1925 Den Haag
Title
Spuistraat at The Hague
Material & Technique
Oil / Canvas
Measurements
Height: 63,5 cm
Width: 43,5 cm
Signature
Rechtsonder gesigneerd "Fl. Arntzenius"
Provenance
Art Gallery P.A. Scheen, The Hague.
Private collection The Netherlands.
Category
Paintings

Over P.F.N.J. (FLORIS) ARNTZENIUS

Floris Arntzenius, “Flor” voor zijn vrienden bracht de eerste tien jaren van zijn leven door in het voormalige Nederlands-Indië. Vervolgens verhuisde hij naar een oom en tante in Amsterdam. In de jaren 1881- 1888 studeerde hij- met enige onderbreking- aan de Rijksacademie in Amsterdam, waar destijds August Allebé (1838-1927) de scepter zwaaide en Flor zijn schilders vrienden George Breitner (1857-1923), Isaac Israels (1865-1914), Jan Veth (1864- 1925) en Willem Witsen (1860-1923) leerde kennen. Arntzenius vervolgde zijn opleiding aan de Antwerpse academie, keerde weer terug naar Amsterdam waar hij zich in 1887 opnieuw bij de Rijksacademie aanmeldde en in 1888 zijn opleiding als voltooid beschouwde. Daarna volgde een periode van reizen; zo was hij o.a. in 1890 in New York. In 1892 vestigde hij zich definitief in Den Haag, waar hij tot zijn overlijden in 1925 zou blijven wonen en werken. Hij werd lid van de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae en in Den Haag van Pulchri Studio. In 1896 aanvaarde hij het lidmaatschap van de Hollandsche Teekenmaatschappij, waarvan hij een prominent medewerker zou worden. Passend in zijn tijd aquarelleerde Arntzenius en blonk daarin ook uit. Tot aan zijn dood zou Arntzenius trouw blijven aan zijn onderwerpen en schilderstijl. De nieuwe richtingen die sinds het begin van de 20ste eeuw kunstenaars als Kees van Dongen (1877-1968), Jan Sluijters (1881-1957) en Leo Getsel (1881-1941) insloegen, inspireerden Arntzenius niet tot navolging en hij maakte daar ook geen probleem van. In 1920 vulde hij op verzoek van de Larense kunsthandel N. van Harpen een vragenlijst in onder andere over zijn kunstrichting. Laconiek antwoordde hij; ”Volgens deze tijd is mijn kunstrichting niet de goede” . De kwaliteit van zijn werk, de subtiele sfeer van zijn straattaferelen zijn echter tijdloos; de “straatjes” weten nog altijd te boeien en vormen een gewild verzamelobject voor de fijnproevers.