Kunstenaars
P. (PIERRE) CARRIER-BELLEUSE
1851 Parijs (Frankrijk) - 1932 Parijs (Frankrijk)
Pierre-Gérard Carrier-Belleuse werd op 28 januari 1851 in Parijs geboren als zoon van de gerenommeerde beeldhouwer Albert-Ernest Carrier-Belleuse, bij wie hij zijn eerste artistieke vorming ontving. Vervolgens studeerde hij aan de École des Beaux-Arts onder Alexandre Cabanel en Pierre Victor Galland. Vanaf 1875 exposeerde hij regelmatig op de Parijse Salon, waar hij in 1887 een eervolle vermelding ontving. Op de Exposition Universelle van 1889 werd zijn werk bekroond met een zilveren medaille. In 1890 trad hij toe tot de Société Nationale des Beaux-Arts, en in de jaren 1890 doceerde hij aan de Académie Julian. Hoewel hij ook landschappen, portretten en genrestukken schilderde, dankt Carrier-Belleuse zijn faam vooral aan zijn intieme voorstellingen van vrouwen en in het bijzonder aan zijn balletscènes, waarin hij de gratie van het 'corps de ballet' van de Parijse Opera vastlegde. Vanaf circa 1885 werkte hij vrijwel uitsluitend in pastel, een medium dat hij met grote virtuositeit beheerste. Daarnaast leverde hij tekeningen en lithografieën voor Le Figaro Illustré. Hij verbleef regelmatig aan de Opaalkust, waar hij een villa bezat in Wissant en deel uitmaakte van de kunstenaarskolonie rond Adrien Demont en Virginie Demont-Breton. Tussen 1914 en 1916 initieerde en superviseerde hij samen met Auguste François-Marie Gorguet het Panthéon de la Guerre, destijds het grootste schilderij ter wereld, met bijna vijfduizend portretten van geallieerde oorlogsfiguren. Hij overleed in 1932 in Parijs.
De pasteltechniek van Pierre Carrier-Belleuse Vanaf circa 1885 verlegde Carrier-Belleuse zijn artistieke zwaartepunt nagenoeg volledig naar het pastel, een keuze die samenviel met de bredere herwaardering van het medium in het Parijse kunstleven van het laatste kwart van de negentiende eeuw. Die herleving, waarin onder anderen Degas, Manet en Berthe Morisot een sleutelrol speelden, en die institutioneel werd verankerd door de oprichting van de Société des Pastellistes Français in 1885, maakte het pastel los van zijn achttiende-eeuwse reputatie als verfijnd portretmiddel en opende het voor moderne, zintuiglijke onderwerpen: het theater, de coulissen, het lichaam in beweging. Carrier-Belleuse situeerde zich nadrukkelijk binnen deze ontwikkeling. Technisch onderscheidt zijn werk zich door een aantal weloverwogen keuzes. Hij werkte regelmatig op groot formaat, soms ruim boven een meter hoog, en gebruikte daarbij doek als drager in plaats van het meer gebruikelijke papier. Pastel op doek vereist een geprepareerde, licht korrelige ondergrond die voldoende grip biedt op de droge pigmentstaaf, en stelt de schilder in staat om in meerdere lagen te werken zonder dat de kleur snel verzadigd raakt. Deze keuze verklaart mede de schilderachtige dichtheid van zijn balletscènes: de tutu's krijgen hun karakteristieke, bijna oplichtende volume door opeenvolgende lagen die van donker naar licht zijn opgebouwd, waarbij de bovenste toetsen vaak met de zijkant van het krijt zijn aangebracht om een poederige, lichtbrekende textuur te bereiken. Voor de huid en gezichten daarentegen werkte hij met fijnere, meer gemengde toetsen, soms met de vinger of stomp uitgewreven, wat de gladde porseleinachtige werking oplevert die typerend is voor zijn portretten van danseressen. Zijn reputatie als colorist, die door tijdgenoten herhaaldelijk werd opgemerkt, hangt direct samen met deze gelaagde werkwijze. Pastel laat geen optisch mengen op het palet toe: elke nuance moet als afzonderlijke kleurstaaf worden gekozen en vervolgens op de drager met andere tonen worden verzoend. Carrier-Belleuse beheerste dit register opvallend goed in de overgangen tussen warm podiumlicht en koelere schaduwpartijen, een effect dat hij vooral in zijn coulissetaferelen tot virtuoze hoogte voerde. Hoewel hij dikwijls in één adem met Degas wordt genoemd, zoekt hij minder de compositorische experimenten en uitsneden van zijn beroemdere tijdgenoot, en blijft hij dichter bij de salonconventies van een gecentreerde, leesbare figuur. Daarmee bezet hij binnen de Belle Époque een eigen positie: technisch verwant aan de impressionistische pastellisten, maar in onderwerp en presentatie nog verbonden met de geraffineerde academische traditie waarin hij was opgeleid.
1 results sorted by nieuw. Showing results 1 - 1.