Nachtcafé Nachtcafé

C.J. (KEES) MAKS 1876 Amsterdam - 1967 Amsterdam Nachtcafé

Olieverf / Doek: 69 x 52 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

Rond 1910 maakte Maks meerdere malen een schilderij met de titel Nachtcafé. Steeds zien we het portret van een vrouw met een hoed, rokend aan een tafeltje of aan de bar van een café, met een glas voor zich. Ze blaast rook uit, terwijl ze ons aankijkt. Het wolkje rook dat uit haar mond ontsnapt, bedekt steevast een deel van haar gezicht. Een dergelijke vrijgevochten vrouw die ’s nachts in een café zat, betekende in die tijd natuurlijk weinig goeds en boezemde afschuw en tegelijkertijd fascinatie in. Een criticus beschreef één van deze schilderijen als volgt: “Zij rookt een sigaret. Den rook stuift zij brutaal het café in, leunend op een elleboog. (..) Heel dit werk is een-en-al leven”. Een Duitse criticus sprak van “Damen von zweifelhaften Genres”. Rokende vrouwen werden als zeer onfatsoenlijk beschouwd. In 1910 werd het schilderij Vrolijk gezelschap van Maks, waarop een vrouw met een sigaret te zien was, geweigerd door het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het werd, met die rokende vrouw, aanstootgevend gevonden. Dit leidde tot een breed uitgesponnen controverse in de Nederlandse pers.

Op de Jaarlijkse Tentoonstelling van de Vereeniging St. Lucas in het Amsterdamse Stedelijk Museum in 1911 had Maks een eigen zaal met negen schilderijen. Ook ons schilderij was daar te zien. De schrijver Frederik van Eeden schreef erover: “er is een vrouwe-portret, monsterlijk als een koortsdroom, geklad als door een kind. In de tijden van het ergste verval onzer kunst werden geen schrikkelijker producten van wansmaak en onmacht aan den wand gehangen.” Gelukkig waren andere critici positiever. Een recensent roemde het kleurgebruik van Maks, dat hij ‘blond’ noemde: “En het blondst is wel ‘Nachtcafé’, waarin ook de actie zoo uitnemend is gegeven. (…) Dat hij zich door hard en ernstig werken thans geheel los heeft gemaakt van zijn leermeester Breitner, zal gaarne ieder getuigen.” Het schilderij kostte 150 gulden en werd op de tentoonstelling direct verkocht.

In het jaar waarin hij ons schilderij maakte, koos Maks zijn onderwerpen steeds vaker uit het nachtleven. Daarvoor deed hij inspiratie op in Parijs. Maks woonde slechts korte tijd in de Franse hoofdstad, maar keerde er regelmatig terug. Hij was bevriend met Kees van Dongen en ging ongetwijfeld ook veel om met Isaac Israels, die lang in Parijs woonde. Zij kenden elkaar goed uit Amsterdam en schilderden vaak dezelfde onderwerpen. Maks was gefascineerd door de wereld van het kunstlicht, nog nieuw in die tijd, en door het nacht-, theater- en circusleven. In cabarets, revues en circussen zocht hij voortdurend naar onderwerpen. Waar Maks bij voorkeur het toneel schilderde, richtte Israels zich liever op het publiek.

Ons schilderij is zeer impressionistisch geschilderd, met brede, snelle verfstreken. Het is de manier van schilderen die ook Isaac Israels toepaste en we zien hier hoe Maks in zijn begintijd nog door hem werd beïnvloed. Deze schildertrant verschilt sterk van het latere werk van Maks, dat zich kenmerkt door grote vlakken felle kleuren op monumentale doeken. Door die grote formaten was zijn werk niet altijd goed verkoopbaar; de meeste mensen hadden er simpelweg geen ruimte voor. Wat ons schilderij zo aantrekkelijk maakt, is dus niet alleen de virtuoze impressionistische toets waarmee de sfeer van een druk, rokerig café is geschetst, maar ook het veel handzamere formaat. De Franse hoofdstad werd Maks’ tweede thuis. In 1911 werd hij benoemd tot lid van de Parijse Salon d’Automne, een belangrijke tentoonstelling van moderne kunst, waar hij een jaar eerder voor het eerst had geëxposeerd. Hij kon nu elk jaar zijn werk inzenden zonder gejureerd te worden en zou tot aan de Tweede Wereldoorlog deelnemen aan deze salons. In de jaren twintig en dertig verkocht Maks veel werk in Frankrijk. Zijn elegante tuinfeesten, zijn rokende vrouwen, zijn dansparen en zijn theater- en circusvoorstellingen baarden ook in Nederland opzien, waar zoiets nog nooit was gezien.

Artiest
C.J. (KEES) MAKS1876 Amsterdam - 1967 Amsterdam

Titel
Nachtcafé

Materiaal & Techniek
Olieverf / Doek

Afmetingen
Hoogte: 69 cm

Breedte: 52 cm

Signatuur
Linksonder gesigneerd "K. Maks"

Provenance
Particuliere collectie Nederland

Tentoonstellingen
'21ste Jaarlijkse Tentoonstelling', Stedelijk Museum, Vereeniging St. Lucas, Amsterdam, 1911, no. 9

Literatuur
Max Ditmar Henkel, 'Moderne Holländische Kunst. Anlässlich der St. Lucas-Austelling in Amsterdam', 1911, Leipzig, Anlässlich der St. Lucas-Austelling in Amsterdam', in: Zeitschrift für Bildende Kunst, E.A. Seemann Verlag, afb. p. 269, no. 9 als: 'Im Nachtcafe'

A. Venema, H. Redeker, 'C.J. Maks', 1976, Amsterdam, p. 37 (afb.)

Datering
1910

Categorie
Schilderijen

Over C.J. (KEES) MAKS

Kees Maks was een leerling van George Hendrik Breitner. Hij wordt gerekend tot de belangrijkste moderne, figuratieve kunstenaars van het begin van de 20e eeuw. Terwijl in het begin van de 20e eeuw de avant-gardistische schilderkunst haar invloed deed gelden in Europa, keerden veel kunstenaars in het interbellum terug tot een meer neoklassieke figuratie, die bekend werd als ‘Retour a l’ordre’. Met name in Parijs verwierven deze figuratief werkende kunstenaars, waaronder Kees van Dongen, faam. Kees Maks maakte naam met zijn schilderijen van het mondaine uitgaansleven. Circusvoorstellingen, dansparen, wandelende gezelschappen en tuinfeesten waren tot dan toe onbekende thema’s in de Nederlandse kunst. De levenslustige onderwerpen en de frivole manier van schilderen, waarbij de kunstenaar met heldere, felle kleuren flinke kleurvlakken vormde, imponeerden het publiek. Samen met Kees van Dongen en Jan Sluijters zorgde Maks met hun werken voor ophef vanwege hun moderne karakter. Hij is verwant aan de Bergense School en de Haagse School.