Olieverf / Marouflé: 56,5 x 43 cm
Dit zeer decoratieve schilderij is niet wat we doorgaans van Théo Van Rijsselberghe verwachten. In de decennia rond 1900 was hij een sleutelfiguur in de kunstcentra Brussel en Parijs. Hij introduceerde de pointillistische techniek van Georges Seurat en Paul Signac in België en speelde een belangrijke rol binnen de avant-gardegroep Les XX. Naast een productief schilder van portretten en landschappen was hij ook iemand die uitblonk in de decoratieve kunsten. Hij ontwierp affiches, boekversieringen en meubels. Van Paul Nocard, eigenaar van het parfumbedrijf Piver, kreeg hij de opdracht om vijf wandpanelen en een reeks medaillons met bloemmotieven te maken voor het door daglicht verlichte atrium van diens villa in Neuilly. De villa is later afgebroken en de schilderijen raakten verspreid. Van ons schilderij is ook een ronde versie bekend, die mogelijk voor deze villa werd gemaakt. Het onderwerp maakte wellicht deel uit van een groter decoratief programma. De druivenbladeren zijn rood verkleurd en de druiven ogen zoet en overrijp. Het schilderij kan verwijzen naar de herfst of de maand oktober; de andere medaillons zouden dan andere jaargetijden symboliseren.
In 1882 was Van Rijsselberghe voor het eerst naar Noord-Afrika gereisd, een ervaring die voor hem een geheel nieuwe wereld opende. Hij zou er later nog driemaal langere tijd verblijven. Een tweede belangrijke ontdekking in zijn leven was het pointillisme. Hij maakte hiermee kennis toen hij Un dimanche après-midi à l'Île de la Grande Jatte van Seurat zag op de achtste impressionistische tentoonstelling in Parijs in 1886. Van Rysselberghe was diep onder de indruk en werd al vroeg een aanhanger van deze revolutionaire stippeltechniek. Hij werkte jarenlang in deze stijl en liet haar pas rond 1907 geleidelijk los. Binnen Les XX speelde hij een belangrijke rol: hij hielp nieuwe Franse ideeën naar België te brengen en werd zo een sleutelfiguur in de verspreiding van het neo-impressionisme. Ook Jan Toorop was lid van de groep; voor hem werd de Franse stippeltechniek eveneens bepalend voor een groot deel van zijn oeuvre.
Later in zijn carrière liet Van Rijsselberghe de strenge puntjestechniek steeds meer los, maar zijn fascinatie voor licht, kleur en harmonie bleef. Zijn werk begon bij theorie, maar mondde uit in schilderijen die vooral leven en licht uitstralen. De pointillistische techniek werd na 1903 losser en rond 1910 liet hij haar vrijwel volledig achter zich. Zijn penseelstreken werden langer en vrijer, en hij gebruikte levendigere kleuren en sterkere contrasten, afgewisseld met zachtere tonen. Hij ontwikkelde zich tot een meester in het weergeven van licht en warmte.
In deze periode begon een nieuwe fase in zijn werk. Zijn grote kleurgevoel bleef behouden, maar hij ging vrijer met zijn penseel om. Zijn beste werk uit deze tijd doet soms denken aan dat van Vincent van Gogh. Ook in dit schilderij is dat zichtbaar in de beweeglijke toets waarmee de blauwe achtergrond is geschilderd, in contrast met de wervelende vormen en golvende lijnen van de druivenranken.
Raisins sur la Vigne (1910) is een rijk herfsttafereel, opgebouwd uit een harmonieuze compositie van kleurvlekjes. De druivenranken en -trossen zijn decoratief over het oppervlak verdeeld, als een patroon dat zich eindeloos lijkt voort te zetten. Het is alsof Van Rijsselberghe, na een lange artistieke ontwikkeling, via het pointillisme van Seurat en het loslaten daarvan ten gunste van een vrijere, persoonlijkere stijl, een manier vond om ook een meer decoratieve, mogelijk door de Noord-Afrikaanse kunst beïnvloede vormentaal in zijn werk toe te laten.