Olieverf / Doek: 60 x 101 cm
Sadée, door zijn veelzijdige onderwerpkeuze en kleurgebruik een buitenbeentje binnen de Haagse School, koos in navolging van Jozef Israels (1824-1911) voor het vissersgenre, waar dit schilderij een goed voorbeeld van is. Het zonovergoten strand toont de Scheveningse vrouwen met hun typerende strooien hoeden, terugkerend van de visafslag die destijds altijd op het strand plaatshad. Onder hen een garnalenvisser die met zijn net druk in gesprek is met de vrouwen. In de bomschuit deponeert de visser zijn laatste vangst in de mand van de wachtende vrouw. Voor de arme vrouw links bij het schip wordt de gelegenheid geboden gratis een paar visjes te verschalken. Sadée toont in zijn schilderijen altijd compassie met de minder bedeelden en heeft oog voor de vaak harde omstandigheden waarmee te vissers te maken kregen.
Philip Lodewijk Jacob Frederik Sadée behoort tot de Haagse School. Opgeleid aan de Haagse Tekenacademie en in het atelier van J.E.J. van den Berg, begon hij als historieschilder. Na een studieverblijf in Düsseldorf (1865-1866), samen met Julius van de Sande Bakhuyzen, legde hij zich toe op het genre. In Scheveningen vond hij zijn kenmerkende onderwerp: het vissersleven op strand en in de duinen, met bijzondere aandacht voor vissersvrouwen en kinderen. Zijn heldere kleurgebruik en verfijnde techniek geven hem een eigen plaats binnen de overwegend 'grijze' Haagse School. Sadée exposeerde internationaal met veel succes, vooral in Engeland, en was hoofddocent aan de Haagse Tekenacademie.