J.H. (JOHAN) VAN MASTENBROEK


Artists

Biography

J.H. (JOHAN) VAN MASTENBROEK
1875 Rotterdam - 1945 Rotterdam

Johan Hendrik van Mastenbroek, door sommigen wel eens de Breitner van Rotterdam genoemd, wijdde zeer veel schilderijen en aquarellen aan de Maasstad. De kunstwerken getuigen alle van de grote interesse die Van Mastenbroek aan de dag legde voor de wisseling van de seizoenen en de invloed daarvan op de mensen en hun bezigheden in de stad. Evenals Breitner koos Van Mastenbroek voor arbeiders achter sleperskarren, passanten, paard en wagen op de kades, varende of aangemeerde binnenvaartschepen, haventaferelen en dergelijke. Het ging Van Mastenbroek om de stemming die de havenstad op een bepaald moment van het jaar uitstraalde uit te beelden en te laten zien op welke wijze de bewoners zich in de stad bewogen. Een realistische weergave van de omgeving was daarbij belangrijk. Het geeft ons nu een prachtig inzicht in het oude Rotterdam.

De introductie van graanelevatoren in de haven van Rotterdam had in 1905 plaats. Havenarbeiders vreesden voor hun baan, hetgeen aanleiding was voor stakingen. Door de aanhoudende economische groei en werkgelegenheid bleek deze bezorgdheid onnodig en nam de vraag naar havenarbeid zelfs toe. In 1906 was de uitbreiding van de havencapaciteit met de aanleg van de Maashaven een feit. In deze haven werden elevators en een grote graansilo geïnstalleerd. Van Mastenbroek schrijft in zijn herinneringen er het volgende over: "Dat de graanelevators echter niet alleen een mooi onderwerp voor een schilderij vormden, maar dat ze als factor van sociale betekenis ook heel anders bezien konden worden, bleek toen werk-stakingen ontstonden onder de bootwerkers die zich door het invoeren van deze mechanische wijze van lossen in hun bestaan bedreigd voelden". Anno 1921 leek deze technologische vernieuwing geen weerstand meer op te roepen. Het schilderij van Van Mastenbroek getuigt daarvan. Er was volop werkgelegenheid en een groepje bootwerkers begeeft zich in de richting van de elevators. Ter linkerzijde bevinden zich nog enige fabrieksgebouwen en de graansilo; rechts in het verschiet de Nieuwe Maas. Zoals Glavimans terecht opmerkte, hield Van Mastenbroek zijn schilderijen veelal in één toon, verlevendigd met accenten kraplak, cadmiumgroen en "frissche blauwtjes". De korte schaduwpartij achter de arbeiders en de locatie wijzen op een zonnestand in de morgenuren. De tinteling van de zon wordt uitgedrukt in korte, blauwgele toetsen in de lucht, die herinneren aan de opvattingen van de luministen. Dit imposante schilderij werd op de tentoonstelling in Parijs bekroond met een zilveren medaille. Het onderwerp zou Van Mastenbroek in 1924 en 1928 nogmaals schilderen, zij het op kleinere formaten.