Gezicht op Vlieland Gezicht op Vlieland

F. (FERDINAND) HART NIBBRIG 1866 Amsterdam - 1915 Laren Gezicht op Vlieland

Olieverf / Doek: 40 x 60 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

Een zonovergoten gezicht op het oostpunt van Vlieland. Vanaf een hoge duin kijken wij uit over het landschap, met een glimp van het dorp Oost-Vlieland en in de verte een smalle strook van het naburige eiland Terschelling. Het unieke licht langs de kust is vastgelegd in talloze kleine stipjes en korte streepjes, wat een schitterend, bijna lichtgevend effect creëert. Aan het begin van de 20ste eeuw ontdekte Hart Nibbrig het eiland Vlieland, waar de eenzaamheid van de duinen aan zee hem veel meer aansprak dan de drukke, mondaine badplaatsen Domburg of Scheveningen. Hier schilderde hij fonkelende duinlandschappen die het hoogtepunt van zijn artistieke oeuvre vertegenwoordigen.

De pointillistische techniek die Hart Nibbrig toepaste, werd in Frankrijk ontwikkeld door kunstenaars als Georges Seurat en Paul Signac. De pointillisten, of neo-impressionisten zoals ze al snel werden genoemd, vonden het impressionisme van schilders als Claude Monet, die het effect van zonlicht op landschappen onder verschillende omstandigheden trachtte vast te leggen, te oppervlakkig. Zij zochten naar een wetenschappelijk onderbouwde manier om licht weer te geven, die zij vonden in de kleurenleer van Michel-Eugène Chevreuil. In de jaren 1830 had Chevreuil aangetoond dat kleuren optisch mengen wanneer ze vanaf een afstand worden bekeken en dat de primaire kleuren geel, blauw en rood elk een complementaire kleur hebben—paars, oranje en groen. De neo-impressionisten ontdekten dat door primaire en complementaire kleuren in kleine stipjes naast elkaar te plaatsen, de kleuren elkaar versterkten. Het resultaat was een helder, vibrerend effect, ideaal voor het vastleggen van zonlicht in een landschap.

In Nederland werd het pointillisme bekend door het werk van Jan Toorop. Voor hem, die in vele verschillende stijlen werkte, was het pointillisme in diverse vormen de stijl waar hij steeds naar terugkeerde en had veel invloed op een jongere generatie kunstenaars. Aan het begin van de eeuw was hij de centrale figuur van een zomerse kunstenaarskolonie in Domburg. De pointillistische techniek die hij ontwikkelde voor het vastleggen van het heldere kustlicht evolueerde van fijne stipjes naar bredere penseelstreken, en legde zo de basis voor het Amsterdamse Luminisme van Jan Sluijters en Piet Mondriaan. Ook Ferdinand Hart Nibbrig was vaak in Domburg aanwezig. In 1910 liet hij zelfs een huis bouwen in Zoutelande, waar de sfeer rustiger was dan in het nabijgelegen Domburg, en hij schilderde daar gedurende de zomermaanden. In zijn kustlandschappen gaf Hart Nibbrig de voorkeur aan een verfijnd pointillé, doorspekt met korte penseelstreken.

Hart Nibbrig was al veel eerder bekend met het pointillisme. In de jaren 1880 had hij kort in Parijs gestudeerd, waar hij Theo van Gogh ontmoette. Via hem en de kunsthandel waar hij werkte, raakte Hart Nibbrig vertrouwd met de werken van Camille Pissarro, Edgar Degas en Georges Seurat, evenals met dat van Theo's broer Vincent, die korte penseelstreken gebruikte om emotionele diepgang in zijn schilderijen over te brengen. Terug in Nederland kostte het Hart Nibbrig enige tijd om zich los te maken van de sfeer van de Haagse School. Met de moderne Franse technieken die hij overnam, bereikte hij een opmerkelijk niveau van verfijning, waarvan zijn Gezicht op Vlieland een hoogtepunt is. Het is vermeldenswaard dat Hart Nibbrig niet altijd in de pointillistische stijl schilderde; zijn werk was nog in ontwikkeling toen hij op jonge leeftijd tragisch overleed.

Ferdinand Hart Nibbrig werd geboren op 5 april 1866 in Amsterdam. Hij studeerde van 1883 tot 1888 aan de Rijksakademie in Amsterdam en voltooide zijn opleiding in Parijs aan de École Julien en het atelier van Cormon. Daar werd hij beïnvloed door het werk van Vincent van Gogh en Georges Seurat. De indrukken die hij tijdens zijn tijd in Parijs opdeed, zouden later in zijn eigen werk tot uiting komen. Na zijn terugkeer in Nederland werkte Hart Nibbrig in de impressionistische stijl van de Amsterdamse School, beïnvloed door schilders als Breitner en Isaac Israëls. Na zijn verhuizing naar Laren werd zijn stijl realistischer, hoewel hij in toenemende mate pointillistische landschappen schilderde. Of hij nu mensen of landschappen schilderde, Hart Nibbrig zocht voortdurend naar het doorgronden van de essentie die hij waarnam. Zijn portretten van arbeiders, wevers en boeren waren geschilderd in een realistische, psychologische stijl met nadruk op het blootleggen van het karakter. Wat landschappen betreft, richtte hij zich op het vastleggen van licht in al zijn variaties. Zijn werken kenmerken zich door overvloedig licht en levendige, heldere kleuren. Naast zijn werk in het kunstenaarsdorp Laren, woonde en werkte Hart Nibbrig ook kortere of langere periodes in Rhenen, op Vlieland, in Zuid-Limburg en in Zoutelande in Zeeland. Hij reisde ook naar Noord-Afrika en Duitsland. Op 12 oktober 1915 overleed Hart Nibbrig in Laren op tweeënvijftigjarige leeftijd. Hoewel zijn carrière tragisch voortijdig eindigde, heeft zijn artistieke nalatenschap zich als belangrijk bewezen. Hart Nibbrig was een van de eerste kunstenaars die het luminisme in Nederland introduceerde. Een grote collectie van zijn werk is te zien in het Singer Museum in Laren, niet ver van de villa en het atelier waar veel van zijn beste werk werd gemaakt.

Artiest
F. (FERDINAND) HART NIBBRIG1866 Amsterdam - 1915 Laren

Titel
Gezicht op Vlieland

Materiaal & Techniek
Olieverf / Doek

Afmetingen
Hoogte: 40 cm

Breedte: 60 cm

Signatuur
Rechtsonder "Hart Nibbrig"

Provenance
Particuliere collectie Nederland

Literatuur
D. Colen, D. Willemstein, "Ferdinand Hart Nibbrig", Laren 1996, pag. 126, nr. 1902-06 "Vlieland. Gedeelte van 't dorp in de verte. Terschelling schemerig aan den horizon. Zon"

Datering
Gedateerd 1902

Categorie
Schilderijen

Over F. (FERDINAND) HART NIBBRIG

Ferdinand Hart Nibbrig werd op 5 april 1866 te Amsterdam geboren. Hij studeerde van 1883 tot 1888 aan de Rijks Academie te Amsterdam en rondde zijn studie af in Parijs op de Ecole Julien en het atelier Cormon. Daar raakte hij onder de indruk van het werk van Vincent van Gogh en Georges Seurat. De indrukken die hij daar opdeed zou hij pas veel later in zijn werk gaan toepassen. Weer in Nederland werkte Hart Nibbrig in zijn eerste jaren als schilder vooral in de impressionistische stijl van de Amsterdamse School van Breitner en Isaac Israels. Na zijn verhuizing naar Laren werd zijn stijl meer realistisch, maar hij schilderde ook steeds vaker pointillistische landschappen. Of het nu ging om mensen of om landschappen, Hart Nibbrig trachtte voortdurend door te dringen tot de essentie van wat hij waarnam. Mensen in hun omgeving, met bijzondere aandacht voor arbeiders, wevers en boerentypes werden realistisch, psychologiserend en in een vlakke stijl geschilderd; hun karakters wilde hij blootleggen. Bij landschappen ging het hem er om het licht in al zijn verschijningsvormen uit te beelden. Zijn werken kenmerken zich door veel licht en heldere kleuren. Behalve in het kunstenaarsdorp Laren werkte en woonde hij voor kortere of langere tijd in Rhenen, op Vlieland, in Zuid Limburg en in het Zeeuwse Zoutelande. Hij maakte ook reizen naar Noord-Afrika en Duitsland. Op 12 oktober 1915 overleed Hart Nibbrig in Laren op tweeënvijftigjarige leeftijd. Ondanks dat zijn schildersloopbaan te vroeg was afgebroken is zijn artistieke erfenis belangrijk gebleken. Hart Nibbrich was een van de eerste kunstenaars die het luminisme in Nederland introduceerden. Een grote verzameling van zijn werk is te zien in het Singer Museum in Laren, niet ver van de villa en atelier waar veel van zijn beste werk ontstond.

Of het nu ging om mensen of om landschappen Hart Nibbrig trachtte voortdurend door te dringen tot de essentie. Mensen in hun omgeving, met bijzondere aandacht voor arbeiders, wevers en boerentypes werden realistisch, psychologiserend en in een vlakke stijl geschilderd; hun karakters wilde hij blootleggen. Bij landschappen ging het om het licht in al zijn verschijningsvormen uit te beelden. Om 'licht' zo goed mogelijk te kunnen weergeven, boden de vormtaal van het pointillisme en divisionisme en het bijbehorende kleurgebruik de meest geschikte mogelijkheden. Deze stippel- en streeptechniek paste hij afwisselend en door elkaar toe, al naar gelang het hem het beste uitkwam. Hart Nibbrig bleef zijn in 1892 gekozen schilderstijl tot aan het einde van zijn relatief korte leven trouw. De landschappen die hem het meeste boeiden lagen in Zeeland, Gelderland, Het Gooi, Vlieland, Zuid-Limburg en Algerije. Na zijn academiejaren in Amsterdam en een studiereis naar Parijs, waar hij indrukken van de nieuwe schilderkunst op zich liet inwerken, maar nog niet zelf toepaste, vestigde hij zich in 1894 in Laren, waar hij - met de nodige onderbrekingen - het grootste deel van zijn leven zou blijven wonen en werken. Zijn villa en atelier lagen niet ver af van het latere Singer Museum. Zijn vriend, de criticus J. Cohen Gosschalk (1873-1912) schreef in 1910 over Hart Nibbrigs beginjaren in Laren: "Gelukkige jaren van blijmoedig en stevig- volgehouden werken. Voor het eerst schilderde hij toen 'Den Eng', de wijde korenzee van gouden rogge en zilveren boekweit, daarachter, tusschen het groen, het dorpje, daarboven welft de lichttrillende zomerlucht, nevelig en van hitte doortrokken" ("Onze kunst", jaargang 1910, nr. 2, pag. 10). De betekenis van Laren en de schilderijen die Hart Nibbrig daar maakte werd in 1901 treffend onder woorden gebracht door P.H. van Moerkerken (1877-1951): "Daarna zag hij Laren weer, en nu zijn oog voor de zonnetinteling van den bloeienden zomer geopend was, begreep hij ook de heerlijkheid der rijpende rogge - en der blanke boekweitvelden. Het lieflijk Gooi, 'Daer eick bij eick zoo vrolijk groeit, Het velt vol zoete boeckweit groeit' gelijk Vondel zong in een zijner liederen aan de Hinlopens, het Gooi ging nu voor hem open in al zijn zomersche levensblijheid. Het was voor Nibbrig de tijd van overgang tot zijn latere periode, van lichtende schildering. Heviger werden zijne kleuren, de contouren kregen meer betekenis (...) en met het pointillé-procédé, door hem echter in bescheiden mate, wel anders dan vele Franschen en Belgen, toegepast, bereikte hij die tinteling van licht, die zuiverte van atmospheer, welke zoo lang reeds zijn begeerte was geweest (...). Maar vooral de wijdheid der velden, waar tot den horizont, tot het verre dorp in geboomte verscholen, de gele rogge, de witte boekweit trilt onder het licht, vooral de wijdheid der golvende akkers onder de dampig-warme luchten weet hij op zijne schilderijen van den Larenschen Eng voortreffelijk ons te doen voelen" ("Elsevier geïllustreerd maandschrift", september 1901, pag. 585-589).