Hoedenatelier bij Hirsch te Amsterdam Hoedenatelier bij Hirsch te Amsterdam

I.L. (ISAAC) ISRAELS 1865 Amsterdam - 1934 Den Haag Hoedenatelier bij Hirsch te Amsterdam

Pastel / Papier: 59,5 x 46,5 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

Deze pasteltekening is een van de werken die Isaac Israels mocht maken in de ateliers en paskamers van het Amsterdamse modehuis Hirsch & Cie aan het Leidseplein. Hier zien we een tafereel uit het hoedenatelier. Drie hoedenmaaksters zijn bezig met het afwerken van hun hoeden. De pastel is vrij schetsmatig, maar toch vol van details: op de achtergrond hangen hoedenontwerpen, op de voorgrond zien we een stapel onafgewerkte hoeden. Het tafereel is weer een karakteristieke momentopname waar Israels zo goed in was. De meisjes zijn serieus aan het werk, maar Israels koos net het levendige moment waarop een van de hoedenmaaksters een hoedje past bij haar collega. Het hoedje dat het middelste meisje past vangt net een lichtstraal, waardoor het zelf licht lijkt uit te stralen.

Isaac Israels was bevriend met Therese Schwartze, in die tijd zeer beroemd als portretschilder, die eigenlijk een vriendin van zijn vader, Jozef Israels, was. Schwartze verkeerde in de hoogste kringen en schilderde portretten van de Nederlandse high society, de adel en het koningshuis. Vaak nam zij haar modellen mee naar de chicste modewinkel van Amsterdam, Hirsch & Cie, om ze zo mooi mogelijk aan te kleden voordat ze ze schilderde. Iets waar ook Hirsch blij mee was, omdat ze daarmee nieuwe rijke clientèle aanbracht. In dit modehuis, dat zich in 1882 in Amsterdam had gevestigd, werd de kleding niet uit de rekken verkocht, maar op maat voor de klant gemaakt. Mannequins showden de nieuwste creaties in aparte paskamers voor de vaak zeer gefortuneerde klanten. De voertaal in de winkel was Frans. Regelmatig werden er exclusieve modeshows georganiseerd, de zogenaamde Thé Selects. Hirsch was de eerste zaak die de haute couture introduceerde in Nederland en heeft nog bestaan tot 1976. In 1912 werd een nieuwe winkel gebouwd. Dit gebouw, waar tegenwoordig de Apple Store is gevestigd, domineert nog altijd het Leidseplein.

Het was Therese Schwartze, die Isaac Israels een introductie verschafte om te mogen werken in deze luxueuze enclave in de stad. Isaac maakte daar gretig gebruik van. Hij tekende en schetste er niet alleen de happy few die de deftige zaak frequenteerden, maar was ook zeer geïnteresseerd in de werknemers achter de schermen. Hirsch had een atelier waar japonnen werden gemaakt, een bontatelier, een korsettenatelier, een broderieatelier en een hoedenatelier. Israels tekende met veel plezier het levendige gedoe in die ateliers, de geconcentreerd werkende naaisters, de chique Franse mannequins en de interactie van het personeel met de deftige dames die zich een mantel laten aanmeten. Er was één voorwaarde: Isaac mocht de nieuwste collectie pas vlak voor de introductie vastleggen, om te voorkomen dat die door de concurrentie werd gekopieerd.

Israels schilderde en tekende gretig deze sprookjesachtige wereld van luxe en weelde. Hij geeft ons een blik op het leven van de verwende, deftige clientèle, maar ook op het harde bestaan van de hardwerkende naaisters. Hij laat ons kennis maken met een vervlogen tijd waarin hiërarchie van groot belang was. De verkoopsters stonden in hoger aanzien dan de naaisters en een pasdame is altijd in stemmig zwart gekleed omdat ze niet mooier mag afsteken tegen de rijke klant, hoewel ze dat vaak wel was. De modewereld was de ideale wereld voor Isaac Israels, door de levendigheid, de kleurrijkheid en de vele mogelijkheden voor menselijke interactie. En natuurlijk door de vele mooie vrouwen. De fascinatie voor de wereld van de mode heeft hij altijd vastgehouden. Het was dan ook een logische stap voor Israels om hierna naar modestad Parijs te verhuizen.

Artiest
I.L. (ISAAC) ISRAELS1865 Amsterdam - 1934 Den Haag
Titel
Hoedenatelier bij Hirsch te Amsterdam
Materiaal & Techniek
Pastel / Papier
Afmetingen
Hoogte: 59,5 cm
Breedte: 46,5 cm
Signatuur
Rechtsonder gesigneerd
Provenance
Particuliere collectie, Nederland
Literatuur
A. Wagner, Isaac Israels, 1985, Venlo, p. 57, no. 54
H. Te Nijenhuis, I. Meij, Isaac Israels. Mannequins en Mode, 2002, Gemeentemuseum The Hague
Artwork has been included to the digital "Catalogue Raisonné" by the Dutch Institute of Art History (RKD), The Hague
Categorie
Werken op papier

Over I.L. (ISAAC) ISRAELS

Isaac Israels was de enige zoon van de schilder Jozef Israels. Het gezin verhuisde in 1871 van Amsterdam naar Den Haag. Isaac kreeg daar ook zijn opleiding aan de academie tegelijk met o.a. George Breitner, Floris Verster en Marius Bauer. Hij was van jongs af aan een veelbelovend kunstenaar en won al vroeg prijzen voor zijn schilderijen. In de jaren ’80 specialiseerde Isaac zich in militaire onderwerpen, een belangstelling die hij deelde met Breitner en Verster. Ondanks deze veelbelovende start vond hij dat zijn opleiding nog niet was voltooid en ging naar Amsterdam, waar hij opgenomen werd in de kring der Tachtigers. Het woelige stadleven werd de rode draad door zijn werk. Tussen 1887 en 1894 is het stil rondom hem: weinig schilderijen zijn uit deze periode bekend. Vanaf het midden van de jaren ‘90 ging Israels ‘s zomers terug naar Den Haag waar hij samen met zijn vader aan het strand ging schilderen. Zij huurden dan een villa in Scheveningen. Isaacs in Amsterdam ontwikkelde impressionistische stijl bleek bij uitstek geschikt om het vrolijke strandleven met luchtige, lichte toets vast te leggen. Zijn schilderijen van ezeltje rijdende kinderen waren publiekslievelingen en zijn nog altijd bijzonder geliefd. Israels grapte dat de verkoop van een schilderij “de Hoogste der kunsten” was. Zijn ezeltje-rijdende kinderen werden gretig gekocht voor hoge prijzen, en kunnen alleen al om die reden als hoogtepunten in zijn oeuvre worden beschouwd. Isaac Israels was niet alleen de virtuoze schilder van het moderne (stads)leven, hij was ook een bijzonder begaafd portrettist. Vooral in de laatste fase van zijn leven maakte hij in opdracht portretten van belangrijke Nederlanders. Ook in dit genre bleven vrouwen zijn favoriete onderwerp. Zijn hele leven had hij het liefst dienstmeisjes, Amsterdamse straatmeiden, telefonistes, mannequins in warenhuizen en naaktmodellen getekend en geschilderd. Ook zijn vrouwenportretten vormen hoogtepunten in zijn oeuvre, zoals van de spionne Mata Hari, de eerste vrouwelijke arts Aletta Jacobs en de actrice Fie Carelsen. Isaac Israels was gewend een snelle karakteristiek te geven van zijn modellen. Een rake typering moest in één keer op het doek verschijnen. Zijn beste schilderijen zijn dan ook levendig, spontaan en precies goed getroffen. ‘Ik heb laatst toen ik uit mijn raam keek een aanval van patriotisme gehad tot mijn verbazing. Het hollandsche is toch naar mijn idee het mooiste wat er bestaat.’ schreef Isaac Israels op weg naar Londen vanuit Hamburg aan de schilder Willem Witsen. Dat belette hem niet om rusteloos het continent op en neer te reizen. Israels reisde altijd al graag. Als kind al ging hij jaarlijks met zijn ouders naar Parijs. Hij maakte reizen naar Italië, Spanje en Noord-Afrika, Zwitserland, Spanje en Scandinavië om te tekenen en te schilderen. In de jaren ‘20 bracht hij zelfs enige tijd door in Nederlands-Indië. Vanaf 1903 had Israels een eigen atelier in Parijs, waar hij zijn favoriete onderwerpen vond onder modieuze Parijzenaren en zich kon onderdompelen in de moderne kunst die daar te zien was. In de lente van 1913 verruilde hij die stad voor Londen, waar hij een tijd een eigen studio had. Ondanks alle reizen en alle indrukken bleef Israels altijd zichzelf. Hij was in Parijs een buurman van Picasso, ging de stad in met Kees van Dongen, bewonderde de symbolist Odilon Redon en had een tijd een van de Zonnebloemen van Vincent van Gogh aan de muur. Door al die moderne indrukken liet hij zich echter niet meer van zijn moeizaam ontwikkelde pad afbrengen. Na zijn Amsterdamse jaren werd zijn palet wat lichter en zijn onderwerpen mondainer, maar hij bleef tot zijn dood vasthouden aan zijn virtuoze impressionistische stijl. In 1923 vestigde hij zich definitief op de Haagse Koninginnegracht, waar hij het atelier van zijn vader tot lang na diens dood leeg had laten staan.