F. (FERDINAND) HART NIBBRIG 1866 Amsterdam - 1915 Laren Blaricum

Aquarel / Papier: 23,8 x 43,8 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

“Maar vooral de wijdheid der velden, waar tot den horizont, tot het verre dorp in geboomte verscholen, de gele rogge, de witte boekweit trilt onder het licht, vooral die wijdheid der golvende akkers onder dampig-warme luchten weet hij op zijne schilderijen van den Larenschen Eng voortreffelijk ons te doen voelen”, schreef een criticus in 1901 over een werk als dit. Vanaf een hoog standpunt kijken we uit over een wijd, open landschap. Op de voorgrond liggen de akkers met bloeiende boekweit, omgeven door goudgele tarwe- of roggevelden; grote, rustige kleurvlakken in zachtgeel, bleekblauw, grijsgroen en wit. Een smalle weg snijdt schuin door het land en voert de blik de diepte in. Daar ligt, half verscholen achter bomen, een dorp met rode daken en twee kerktorens. Boven dit alles hangt een kalme zomerse lucht met lichte wolken. De helft van het papier bestaat uit lucht, het onderste derde deel is een bijna abstracte compositie van lichte vlakken en rechte lijnen. De strook met bomen, boerderijen en kerken daartussen is opvallend smal. Het is een eenvoudig motief, maar Hart Nibbrig heeft er een verstild en poëtisch landschap van gemaakt.

Het dorp dat we in de verte zien liggen, is Blaricum, gezien vanaf de Blaricummer Eng. Links zien we de hoge, slanke neogotische spits van de Rooms-katholieke Sint-Vituskerk en verder weg, in het midden de hervormde Dorpskerk. Hart Nibbrig woonde van 1894 tot zijn overlijden in 1915 grotendeels in Laren, zodat dit landschap letterlijk bij hem om de hoek lag. Het onderwerp past naadloos binnen zijn levenslange belangstelling voor het landschap. Of hij nu de duinen van Vlieland, de kust bij Zoutelande, het heuvellandschap van de Eifel of de velden bij Laren schilderde, steeds ging het hem om de ervaring van licht, ruimte en atmosfeer. Ook hier staat niet het dorp zelf centraal, maar de manier waarop het zich in de verte voegt in een ritme van velden, bomenrijen en lucht.

In zijn olieverfschilderijen werkte Hart Nibbrig vaak met stipjes en korte streepjes, maar in de aquareltechniek moest hij een andere manier vinden om de werking van het licht weer te geven. Pointillisme laat zich niet zo makkelijk in waterverf toepassen: de stippen vervloeien makkelijk met elkaar. Toch heeft de schilder met dit landschap eenzelfde effect bereikt. De korrelige wazigheid en de verstilling die zijn gepointilleerde doeken kenmerken, vinden we ook in dit veel directere medium terug. De compositie is opvallend modern. De akkers zijn niet anekdotisch weergegeven, maar bijna abstract geordend: grote rechthoekige vlakken schuiven in elkaar en vormen samen een patroon van kleur en ruimte. De horizontale lijn van het dorp geeft rust, terwijl de diagonale weg beweging brengt. Zo ontstaat een subtiel evenwicht tussen vlakverdeling en diepte. Hart Nibbrig kijkt hier niet alleen als landschapschilder, maar ook als kunstenaar die begrijpt hoe kleurvlakken een beeld kunnen dragen. Daarmee staat hij te midden van de schilders die rond 1900 het Nederlandse landschap een nieuwe helderheid gaven. Na zijn opleiding in Amsterdam en Parijs raakte hij onder de indruk van de moderne Franse schilderkunst, met name van het luminisme en het pointillisme. Die invloed verwerkte hij op geheel eigen wijze: hij gebruikte de inzichten van de Franse neo-impressionisten om het Hollandse licht vast te leggen; zachter, neveliger en minder fel dan in het Franse landschap. Juist daardoor heeft deze kleine aquarel een grote werking. De verdeling van het landschap in verschillende, duidelijk gescheiden plans zorgt voor een heldere compositie. De abstracte vlakken van de velden maken het landschap ruim, stil en licht, en de dorpsrand aan de horizon lijkt bijna te zweven tussen aarde en lucht. Alles is teruggebracht tot de essentie: velden, bomen, daken, torens, wolken. Hart Nibbrig toont een alledaags Nederlands landschap, maar tilt het uit boven het gewone. In de zachte kleuren van de velden en de bleke lucht boven Blaricum herkennen we de kern van zijn kunst: het zoeken naar licht, niet als effect, maar als het eigenlijke onderwerp van het schilderij.

Artiest
F. (FERDINAND) HART NIBBRIG1866 Amsterdam - 1915 Laren

Titel
Blaricum

Materiaal & Techniek
Aquarel / Papier

Afmetingen
Hoogte: 23,8 cm

Breedte: 43,8 cm

Signatuur
Rechtsonder gesigneerd "Hart Nibbrig"

Provenance
Collectie Ir. R. Th. Bijleveld, Den Haag

Collectie Paul Brandt, Amsterdam

Tentoonstellingen
Singer Museum, Laren, Ferdinand Hart Nibbrig, 1967, cat.nr. 69

Gem. Van Reekum Galerij, Apeldoorn, Landschappen en stadsgezichten uit vier eeuwen, 11 nov. - 11 dec. 1972

Singer Museum, Laren, De tijd wisselt van spoor, 12 apr. - 28 jun. 1981, cat.nr. 440

Singer Museum, Laren, Ferdinand Hart Nibbrig 1866-1915, 25 aug. - 3 nov. 1996

Datering
ca. 1910

Categorie
Aquarellen

Over F. (FERDINAND) HART NIBBRIG

Ferdinand Hart Nibbrig werd op 5 april 1866 te Amsterdam geboren. Hij studeerde van 1883 tot 1888 aan de Rijks Academie te Amsterdam en rondde zijn studie af in Parijs op de Ecole Julien en het atelier Cormon. Daar raakte hij onder de indruk van het werk van Vincent van Gogh en Georges Seurat. De indrukken die hij daar opdeed zou hij pas veel later in zijn werk gaan toepassen. Weer in Nederland werkte Hart Nibbrig in zijn eerste jaren als schilder vooral in de impressionistische stijl van de Amsterdamse School van Breitner en Isaac Israels. Na zijn verhuizing naar Laren werd zijn stijl meer realistisch, maar hij schilderde ook steeds vaker pointillistische landschappen. Of het nu ging om mensen of om landschappen, Hart Nibbrig trachtte voortdurend door te dringen tot de essentie van wat hij waarnam. Mensen in hun omgeving, met bijzondere aandacht voor arbeiders, wevers en boerentypes werden realistisch, psychologiserend en in een vlakke stijl geschilderd; hun karakters wilde hij blootleggen. Bij landschappen ging het hem er om het licht in al zijn verschijningsvormen uit te beelden. Zijn werken kenmerken zich door veel licht en heldere kleuren. Behalve in het kunstenaarsdorp Laren werkte en woonde hij voor kortere of langere tijd in Rhenen, op Vlieland, in Zuid Limburg en in het Zeeuwse Zoutelande. Hij maakte ook reizen naar Noord-Afrika en Duitsland. Op 12 oktober 1915 overleed Hart Nibbrig in Laren op tweeënvijftigjarige leeftijd. Ondanks dat zijn schildersloopbaan te vroeg was afgebroken is zijn artistieke erfenis belangrijk gebleken. Hart Nibbrich was een van de eerste kunstenaars die het luminisme in Nederland introduceerden. Een grote verzameling van zijn werk is te zien in het Singer Museum in Laren, niet ver van de villa en atelier waar veel van zijn beste werk ontstond.

Of het nu ging om mensen of om landschappen Hart Nibbrig trachtte voortdurend door te dringen tot de essentie. Mensen in hun omgeving, met bijzondere aandacht voor arbeiders, wevers en boerentypes werden realistisch, psychologiserend en in een vlakke stijl geschilderd; hun karakters wilde hij blootleggen. Bij landschappen ging het om het licht in al zijn verschijningsvormen uit te beelden. Om 'licht' zo goed mogelijk te kunnen weergeven, boden de vormtaal van het pointillisme en divisionisme en het bijbehorende kleurgebruik de meest geschikte mogelijkheden. Deze stippel- en streeptechniek paste hij afwisselend en door elkaar toe, al naar gelang het hem het beste uitkwam. Hart Nibbrig bleef zijn in 1892 gekozen schilderstijl tot aan het einde van zijn relatief korte leven trouw. De landschappen die hem het meeste boeiden lagen in Zeeland, Gelderland, Het Gooi, Vlieland, Zuid-Limburg en Algerije. Na zijn academiejaren in Amsterdam en een studiereis naar Parijs, waar hij indrukken van de nieuwe schilderkunst op zich liet inwerken, maar nog niet zelf toepaste, vestigde hij zich in 1894 in Laren, waar hij - met de nodige onderbrekingen - het grootste deel van zijn leven zou blijven wonen en werken. Zijn villa en atelier lagen niet ver af van het latere Singer Museum. Zijn vriend, de criticus J. Cohen Gosschalk (1873-1912) schreef in 1910 over Hart Nibbrigs beginjaren in Laren: "Gelukkige jaren van blijmoedig en stevig- volgehouden werken. Voor het eerst schilderde hij toen 'Den Eng', de wijde korenzee van gouden rogge en zilveren boekweit, daarachter, tusschen het groen, het dorpje, daarboven welft de lichttrillende zomerlucht, nevelig en van hitte doortrokken" ("Onze kunst", jaargang 1910, nr. 2, pag. 10). De betekenis van Laren en de schilderijen die Hart Nibbrig daar maakte werd in 1901 treffend onder woorden gebracht door P.H. van Moerkerken (1877-1951): "Daarna zag hij Laren weer, en nu zijn oog voor de zonnetinteling van den bloeienden zomer geopend was, begreep hij ook de heerlijkheid der rijpende rogge - en der blanke boekweitvelden. Het lieflijk Gooi, 'Daer eick bij eick zoo vrolijk groeit, Het velt vol zoete boeckweit groeit' gelijk Vondel zong in een zijner liederen aan de Hinlopens, het Gooi ging nu voor hem open in al zijn zomersche levensblijheid. Het was voor Nibbrig de tijd van overgang tot zijn latere periode, van lichtende schildering. Heviger werden zijne kleuren, de contouren kregen meer betekenis (...) en met het pointillé-procédé, door hem echter in bescheiden mate, wel anders dan vele Franschen en Belgen, toegepast, bereikte hij die tinteling van licht, die zuiverte van atmospheer, welke zoo lang reeds zijn begeerte was geweest (...). Maar vooral de wijdheid der velden, waar tot den horizont, tot het verre dorp in geboomte verscholen, de gele rogge, de witte boekweit trilt onder het licht, vooral de wijdheid der golvende akkers onder de dampig-warme luchten weet hij op zijne schilderijen van den Larenschen Eng voortreffelijk ons te doen voelen" ("Elsevier geïllustreerd maandschrift", september 1901, pag. 585-589).