Bloemstilleven met dahlia's Bloemstilleven met dahlia's

L. (LEO) GESTEL 1881 Woerden - 1941 Hilversum Bloemstilleven met dahlia's

Olieverf / Doek: 44 x 36,5 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

Een grote groene gemberpot, gevuld met een uitbundig bloemstilleven van dahlia’s. De bloemen vormen een explosie van kleur, die bijna het hele doek vult. Dit aantrekkelijke schilderij maakte Leo Gestel in de jaren waarin hij één van de grote vernieuwers was van de Nederlandse schilderkunst.

Rond 1912 was Leo Gestel bijzonder productief. In deze periode experimenteerde hij met allerlei moderne stromingen. De allernieuwste stroming uit Parijs was destijds het kubisme, waarvoor grote belangstelling bestond bij Nederlandse avant-gardisten als Gestel, Jan Sluijters en Piet Mondriaan. Het veranderde hun werk radicaal, maar ieder verwerkte die invloed op zijn eigen wijze. In het kubisme werden de vormen uit de werkelijkheid opengebroken en in geometrische patronen gevat, waaruit vervolgens een compositie werd opgebouwd. Gestel begon voorzichtig. Ons schilderij is een vroeg voorbeeld van deze ontwikkeling. We zien hoe de achtergrond een moderne, kubistische vormgeving heeft gekregen. De bloemen zelf, die met hun grote ronde vormen op zichzelf al bijna een abstracte compositie vormen, zijn veel realistischer geschilderd.

Gestel keerde vaak terug naar hetzelfde thema, dat hij steeds verder uitdiepte. Vanaf 1912 schilderde hij een serie bloemstillevens, waarvan ons werk een mooi voorbeeld is. In die serie experimenteerde hij met de nieuwste stromingen in de kunst, om zich deze eigen te maken. Hij neigde steeds meer naar abstractie, maar hij wilde nooit tot totale abstractie komen, omdat hij vreesde dat dit mensen zou afschrikken. In een brief aan zijn vriend Jan Slagter schreef hij: ‘Als je in de kunst een vertaling van het moderne kunstconcept kunt realiseren, terwijl je de betekenis ervan voor de toekomst behoudt en het begrijpelijk houdt voor de conservatieven, dan heb je nuttig werk verricht.’

Een paar jaar later leidde al dat experimenteren tot de beroemde serie landschappen die hij op Mallorca maakte. Wat begon als een persoonlijke verwerking van buitenlandse invloeden, met name van de Parijse kubisten, groeide uit tot een geheel eigen stijl. Hij ontleende zijn kubisme nu direct aan de natuur. In zijn onderwerpen, landschappen en stillevens zocht hij naar grondvormen: vierkanten, driehoeken en cirkels, waaruit hij zijn composities opbouwde.

De Franse hoofdstad was voor Nederlandse kunstenaars in die tijd het centrum van de moderne kunst. Ook Gestel verbleef er geregeld, in 1911 samen met Jan Sluijters, “om het kubisme te ontdekken”. Het fundamentele kubisme van Picasso en Braque ging hun echter te ver. Zij zagen in het kubisme vooral de mogelijkheid om het schilderij een moderne vormgeving te geven zonder de herkenbaarheid van de voorstelling aan te tasten. Ook in Nederland was in 1912 volop moderne kunst uit het buitenland te zien. De reizende internationale tentoonstelling met werk van de Italiaanse futuristen Severini, Boccioni en Carrà maakte enorme indruk en inspireerde Gestel tot een persoonlijke interpretatie van het kubistisch futurisme. In september was deze tentoonstelling te zien in de Amsterdamse galerie De Roos. Daarnaast werd het Duitse expressionisme, met onder andere Wassily Kandinsky, in Rotterdam getoond, en in Amsterdam was op de tentoonstelling van de Moderne Kunstkring veel aandacht voor het Franse kubisme.

Bloemstilleven met dahlia’s is een bijzonder schilderij uit een bijzondere periode in het oeuvre van Leo Gestel. Het laat goed zien hoe hij onvermoeibaar experimenteerde en zich razendsnel ontwikkelde. Net als Mondriaan en Sluijters schilderde hij rond 1910 met losse, expressieve stipjes en streepjes kleur om uitdrukking te geven aan zijn persoonlijke beleving van zijn onderwerp. Met deze stijl, het luminisme, wilden Nederlandse schilders een intensere ervaring van de werkelijkheid uitbeelden, met technieken ontleend aan het Franse pointillisme of divisionisme. Het ging hen om het overbrengen van het gevoel dat de werkelijkheid bij hen opriep, en kleur was daarvoor het middel bij uitstek. Zo konden zij het realistische schilderen achter zich laten. Een vergelijkbare verhevigde versie van de werkelijkheid zocht Gestel een jaar later in schilderijen met grote, gestileerde kleurvlakken en stevige contourlijnen, een heel andere stijl. In 1912 zette hij een nieuwe stap, waarvan we in Bloemstilleven met dahlia’s het allereerste, voorzichtige begin zien. Het resultaat is een aantrekkelijk schilderij, gemaakt op een scharnierpunt in de ontwikkeling van Leo Gestel.

Artiest
L. (LEO) GESTEL1881 Woerden - 1941 Hilversum

Titel
Bloemstilleven met dahlia's

Materiaal & Techniek
Olieverf / Doek

Afmetingen
Hoogte: 44 cm

Breedte: 36,5 cm

Signatuur
Linksonder gesigneerd "Leo Gestel"

Provenance
Particuliere collectie Nederland

Kunsthandel Ivo Bouwma, 1996, 's-Gravenhage, 1996

Particuliere collectie Nederland

Datering
1912

Categorie
Schilderijen

Over L. (LEO) GESTEL

Leendert Gestel (Leo is de afkorting van de bijnaam Leonardo die hem door zijn Amsterdamse vrienden werd gegeven.) heeft het gezicht van de Nederlandse moderne kunst voor een belangrijk deel bepaald. Samen met Jan Sluijters en Piet Mondriaan was hij koploper van het Nederlands Modernisme. Onder deze term verstaan we de Nederlandse versie van de toenmalige internationale avant-gardistische stromingen pointillisme, fauvisme, kubisme en futurisme. Gestel heeft in elk van deze richtingen zijn inspiratie gezocht. In 1903 kon hij zich, ondanks het verzet van zijn vader, vrij kunstenaar noemen. Inmiddels woonde hij in Amsterdam, behaalde zijn les akte tekenen en was begonnen aan de avondopleiding aan de Rijksacademie onder A. Allebé. Zijn atelier aan de 2e Jan Steenstraat in Amsterdam werd een ontmoetingsplaats voor kunstenaars. Zijn reizen samen met Jan Sluiters naar o.a. Parijs, Antwerpen en Brussel werden van blijvende invloed op zijn werk. In 1912 vestigde hij zich in Bergen met zijn vrouw Ann. Zijn werk werd al vroeg gekocht door de verzamelaars J.F.S. Esser, Piet Boendermakers en Hélène Kröller – Muller. Zijn grote tekentalent is naast zijn ontwikkeling als schilder steeds van belang gebleven, vooral na de modernistische periode. Maar ook juist aan het begin van zijn loopbaan waren de vlotgetekende pastels populair.