Bij de naaister, Hirsch Bij de naaister, Hirsch

I.L. (ISAAC) ISRAELS 1865 Amsterdam - 1934 Den Haag Bij de naaister, Hirsch

Olieverf / Doek: 92 x 52 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

Isaac Israels (1865–1934), een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Amsterdamse impressionisme, vond in het modehuis Hirsch & Cie aan het Leidseplein in Amsterdam een onderwerp dat perfect paste bij zijn fascinatie voor het moderne stadsleven. Rond 1915 kreeg hij, via zijn vriendin Thérèse Schwartze, toegang tot de ateliers en paskamers van het prestigieuze modehuis, waar de nieuwste Parijse couture werd gepresenteerd. Daar schilderde hij een reeks werken waarin hij de wereld van de mode op intieme en levendige wijze vastlegde.

Hirsch & Cie was destijds hét symbool van luxe en moderne vrouwelijkheid. Israels raakte gefascineerd door de combinatie van elegantie en bedrijvigheid: de naaisters die geconcentreerd werkten aan jurken, de mannequins die kleding pasten, en de klanten die in de paskamers poseerden. Zijn bekendste modellen waren de zusjes Ippy en Gertie Wehmann, mannequins die regelmatig voor hem poseerden in modieuze japonnen. Hun verschijning belichaamde voor Israels de nieuwe, zelfstandige vrouw van de 20e eeuw – mondain, stijlvol en zelfbewust.

Israels’ stijl in deze werken is typisch impressionistisch: een losse, levendige penseelvoering, subtiele lichtwerking en een voorkeur voor het vastleggen van vluchtige momenten. Hij schilderde de vrouwen niet als geïdealiseerde schoonheden, maar als echte mensen, gevangen in het ritme van hun werk. Het licht dat door de ramen van het modehuis viel, reflecteerde op glanzende stoffen en zijde, en gaf de scènes een bijna tastbare sfeer van beweging en bedrijvigheid.

Wat deze schilderijen bijzonder maakt, is de dubbele laag die Israels erin wist te leggen. Enerzijds tonen ze de glamour van de haute couture, met weelderige stoffen en elegante poses. Anderzijds werpen ze een blik achter de schermen van de modewereld: de naaisters, de ateliers, het passen en meten. Israels onthulde zo de spanning tussen luxe en arbeid, tussen de uiterlijke pracht en de stille toewijding van degenen die de mode mogelijk maakten.

In de werken bij Hirsch, Amsterdam vangt hij deze wereld in balans: jonge vrouwen poseren in stijlvolle jurken, omringd door het zachte licht van het atelier. De schilder kiest geen theatrale compositie, maar een moment van verstilling en concentratie. Daarmee overstijgt hij het louter decoratieve en maakt hij van de mode een spiegel van de moderne tijd.

Israels’ schilderijen uit het modehuis Hirsch behoren tot de meest intrigerende hoofdstukken van zijn oeuvre. Ze tonen hoe hij, net als zijn Franse tijdgenoten Degas en Renoir, het dagelijks leven van vrouwen in de moderne stad wist te verbinden met vragen over schoonheid, werk en identiteit. In de combinatie van elegantie en realisme wist Israels de essentie van zijn tijd te vatten: een wereld waarin kunst, mode en moderniteit elkaar ontmoeten.

Artiest
I.L. (ISAAC) ISRAELS1865 Amsterdam - 1934 Den Haag

Titel
Bij de naaister, Hirsch

Materiaal & Techniek
Olieverf / Doek

Afmetingen
Hoogte: 92 cm

Breedte: 52 cm

Signatuur
Linksonder gesigneerd "Isaac Israels"

Provenance
Particuliere collectie Nederland

Literatuur
Dolf Welling, "Isaac Israels: The Sunny World of a Hague Cosmopolitan," Van Voorst van Beest Gallery, 1991, The Hague, p. 71

Categorie
Schilderijen

Over I.L. (ISAAC) ISRAELS

Isaac Israels was de enige zoon van de schilder Jozef Israels. Het gezin verhuisde in 1871 van Amsterdam naar Den Haag. Isaac kreeg daar ook zijn opleiding aan de academie tegelijk met o.a. George Breitner, Floris Verster en Marius Bauer. Hij was van jongs af aan een veelbelovend kunstenaar en won al vroeg prijzen voor zijn schilderijen. In de jaren ’80 specialiseerde Isaac zich in militaire onderwerpen, een belangstelling die hij deelde met Breitner en Verster. Ondanks deze veelbelovende start vond hij dat zijn opleiding nog niet was voltooid en ging naar Amsterdam, waar hij opgenomen werd in de kring der Tachtigers. Het woelige stadleven werd de rode draad door zijn werk. Tussen 1887 en 1894 is het stil rondom hem: weinig schilderijen zijn uit deze periode bekend. Vanaf het midden van de jaren ‘90 ging Israels ‘s zomers terug naar Den Haag waar hij samen met zijn vader aan het strand ging schilderen. Zij huurden dan een villa in Scheveningen. Isaacs in Amsterdam ontwikkelde impressionistische stijl bleek bij uitstek geschikt om het vrolijke strandleven met luchtige, lichte toets vast te leggen. Zijn schilderijen van ezeltje rijdende kinderen waren publiekslievelingen en zijn nog altijd bijzonder geliefd. Israels grapte dat de verkoop van een schilderij “de Hoogste der kunsten” was. Zijn ezeltje-rijdende kinderen werden gretig gekocht voor hoge prijzen, en kunnen alleen al om die reden als hoogtepunten in zijn oeuvre worden beschouwd. Isaac Israels was niet alleen de virtuoze schilder van het moderne (stads)leven, hij was ook een bijzonder begaafd portrettist. Vooral in de laatste fase van zijn leven maakte hij in opdracht portretten van belangrijke Nederlanders. Ook in dit genre bleven vrouwen zijn favoriete onderwerp. Zijn hele leven had hij het liefst dienstmeisjes, Amsterdamse straatmeiden, telefonistes, mannequins in warenhuizen en naaktmodellen getekend en geschilderd. Ook zijn vrouwenportretten vormen hoogtepunten in zijn oeuvre, zoals van de spionne Mata Hari, de eerste vrouwelijke arts Aletta Jacobs en de actrice Fie Carelsen. Isaac Israels was gewend een snelle karakteristiek te geven van zijn modellen. Een rake typering moest in één keer op het doek verschijnen. Zijn beste schilderijen zijn dan ook levendig, spontaan en precies goed getroffen. ‘Ik heb laatst toen ik uit mijn raam keek een aanval van patriotisme gehad tot mijn verbazing. Het hollandsche is toch naar mijn idee het mooiste wat er bestaat.’ schreef Isaac Israels op weg naar Londen vanuit Hamburg aan de schilder Willem Witsen. Dat belette hem niet om rusteloos het continent op en neer te reizen. Israels reisde altijd al graag. Als kind al ging hij jaarlijks met zijn ouders naar Parijs. Hij maakte reizen naar Italië, Spanje en Noord-Afrika, Zwitserland, Spanje en Scandinavië om te tekenen en te schilderen. In de jaren ‘20 bracht hij zelfs enige tijd door in Nederlands-Indië. Vanaf 1903 had Israels een eigen atelier in Parijs, waar hij zijn favoriete onderwerpen vond onder modieuze Parijzenaren en zich kon onderdompelen in de moderne kunst die daar te zien was. In de lente van 1913 verruilde hij die stad voor Londen, waar hij een tijd een eigen studio had. Ondanks alle reizen en alle indrukken bleef Israels altijd zichzelf. Hij was in Parijs een buurman van Picasso, ging de stad in met Kees van Dongen, bewonderde de symbolist Odilon Redon en had een tijd een van de Zonnebloemen van Vincent van Gogh aan de muur. Door al die moderne indrukken liet hij zich echter niet meer van zijn moeizaam ontwikkelde pad afbrengen. Na zijn Amsterdamse jaren werd zijn palet wat lichter en zijn onderwerpen mondainer, maar hij bleef tot zijn dood vasthouden aan zijn virtuoze impressionistische stijl. In 1923 vestigde hij zich definitief op de Haagse Koninginnegracht, waar hij het atelier van zijn vader tot lang na diens dood leeg had laten staan.