Olieverf / Paneel: 37,5 x 46 cm
Kinderen die ezeltje rijden op het strand behoren tot de bekendste en meest geliefde onderwerpen van onze grootste impressionistische schilder, Isaac Israels. Hij hield van de zonnige kant van het leven; geen betere plek dus om te schilderen dan het strand. Israels werkte niet alleen aan de Hollandse kust, maar schilderde ook strandscènes in mondaine badplaatsen in Italië, zoals Viareggio en het Lido van Venetië, en aan de Franse Rivièra. Als wereldburger die hij was, vond hij overal zijn favoriete onderwerpen. Strand en zee waren voor hem vooral decors; het ging hem altijd om de mens. Soms liet hij kinderen of badgasten poseren en vormde het strand slechts de achtergrond van een portret. Af en toe schilderde hij van een afstand de drukte van een vol strand. Ontspannen en plezier makende mensen waren zijn geliefde onderwerp. Het liefst observeerde hij ze wanneer ze zich onbespied waanden. Wat dit schilderij bijzonder maakt, is dat het meisje de kunstenaar wél opmerkt en hem, én ons, recht aankijkt.
Israels was een rusteloze reiziger, altijd op zoek naar nieuwe indrukken. Hij haalde zijn inspiratie het liefst uit wat hem trof op straat, in uitgaansgelegenheden of — zoals hier — op het strand. In 1898 schreef hij: “Hoe is ’t mogelijk dat iemand eigenlijk buiten de zee kan, dat begrijp ik niet. Het is dezer dagen soms overdonderend mooi, en altijd zoo enorm anders.” Isaac groeide op in Den Haag, waar zee en strand nooit ver weg waren. Scheveningen was de plek waar hij steeds weer terugkeerde. Ook toen hij later in Amsterdam woonde, keerde hij ’s zomers terug naar Den Haag, waar hij samen met zijn vader Jozef aan het strand schilderde. Zijn vader huurde dan een villa van het Oranjehotel, waar ook Isaac kon logeren. Het zorgeloze, vrolijke strandleven en het heldere licht aan zee vormden de onderwerpen voor Isaac, terwijl Jozef Israels koos voor het zorgelijke leven van de vissers.
Isaac voelde zich altijd sterk aangetrokken tot het lichte leven aan zee en genoot van de vrolijkheid en het wisselende licht van zon en water. De uiterst vlotte schilderstijl waarmee hij levensechtheid wist te suggereren en de kracht van de eerste indruk wist te behouden, zien we bij uitstek op dit schilderij van een jong kind met haar zus of moeder, die op hun ezeltjes wachten tot het ritje over het strand kan beginnen. De spontane, losse, expressieve penseelstreken en de tinten van zand en lucht, die de sfeer van het strand oproepen, geven de scène een luchtige, zorgeloze atmosfeer.
Isaac heeft dit onderwerp vaak geschilderd; soms werkte hij het verder uit, andere keren zijn de werken meer te beschouwen als voorstudies of vingeroefeningen. Deze schilderijen waren onmiddellijk populair en behoren ook nu nog tot de bekendste en meest geliefde werken uit zijn omvangrijke oeuvre. Ze gelden als hoogtepunten van de impressionistische schilderkunst in Nederland.
In zijn tijd was Israels een veelgevraagd portrettist, die met virtuoze, snelle verfstreken het karakter van zijn modellen wist te vangen. Ook in deze vluchtige impressie, als een fotografische momentopname, tonen moeder en kind een duidelijke persoonlijkheid. Ondanks de schetsmatige manier van schilderen lijken het echte mensen. In werkelijkheid vroeg Israels vaak mensen om voor hem te poseren. Ook voor zijn populaire serie van kinderen met ezeltjes op het strand had hij vaste modellen; vaak herkennen we dezelfde kinderen. Israels maakte zijn strandlevenvoorstellingen aanvankelijk in zijn atelier, op basis van schetsen die hij op het strand maakte. Later trok hij met zijn schildersezel naar buiten om op de boulevard te werken. Misschien wijst het schetsmatige karakter van dit schilderij erop dat het ter plekke is geschilderd.
Isaac Israels was de enige zoon van de schilder Jozef Israels. Het gezin verhuisde in 1871 van Amsterdam naar Den Haag. Isaac kreeg daar ook zijn opleiding aan de academie tegelijk met o.a. George Breitner, Floris Verster en Marius Bauer. Hij was van jongs af aan een veelbelovend kunstenaar en won al vroeg prijzen voor zijn schilderijen. In de jaren ’80 specialiseerde Isaac zich in militaire onderwerpen, een belangstelling die hij deelde met Breitner en Verster. Ondanks deze veelbelovende start vond hij dat zijn opleiding nog niet was voltooid en ging naar Amsterdam, waar hij opgenomen werd in de kring der Tachtigers. Het woelige stadleven werd de rode draad door zijn werk. Tussen 1887 en 1894 is het stil rondom hem: weinig schilderijen zijn uit deze periode bekend. Vanaf het midden van de jaren ‘90 ging Israels ‘s zomers terug naar Den Haag waar hij samen met zijn vader aan het strand ging schilderen. Zij huurden dan een villa in Scheveningen. Isaacs in Amsterdam ontwikkelde impressionistische stijl bleek bij uitstek geschikt om het vrolijke strandleven met luchtige, lichte toets vast te leggen. Zijn schilderijen van ezeltje rijdende kinderen waren publiekslievelingen en zijn nog altijd bijzonder geliefd. Israels grapte dat de verkoop van een schilderij “de Hoogste der kunsten” was. Zijn ezeltje-rijdende kinderen werden gretig gekocht voor hoge prijzen, en kunnen alleen al om die reden als hoogtepunten in zijn oeuvre worden beschouwd. Isaac Israels was niet alleen de virtuoze schilder van het moderne (stads)leven, hij was ook een bijzonder begaafd portrettist. Vooral in de laatste fase van zijn leven maakte hij in opdracht portretten van belangrijke Nederlanders. Ook in dit genre bleven vrouwen zijn favoriete onderwerp. Zijn hele leven had hij het liefst dienstmeisjes, Amsterdamse straatmeiden, telefonistes, mannequins in warenhuizen en naaktmodellen getekend en geschilderd. Ook zijn vrouwenportretten vormen hoogtepunten in zijn oeuvre, zoals van de spionne Mata Hari, de eerste vrouwelijke arts Aletta Jacobs en de actrice Fie Carelsen. Isaac Israels was gewend een snelle karakteristiek te geven van zijn modellen. Een rake typering moest in één keer op het doek verschijnen. Zijn beste schilderijen zijn dan ook levendig, spontaan en precies goed getroffen. ‘Ik heb laatst toen ik uit mijn raam keek een aanval van patriotisme gehad tot mijn verbazing. Het hollandsche is toch naar mijn idee het mooiste wat er bestaat.’ schreef Isaac Israels op weg naar Londen vanuit Hamburg aan de schilder Willem Witsen. Dat belette hem niet om rusteloos het continent op en neer te reizen. Israels reisde altijd al graag. Als kind al ging hij jaarlijks met zijn ouders naar Parijs. Hij maakte reizen naar Italië, Spanje en Noord-Afrika, Zwitserland, Spanje en Scandinavië om te tekenen en te schilderen. In de jaren ‘20 bracht hij zelfs enige tijd door in Nederlands-Indië. Vanaf 1903 had Israels een eigen atelier in Parijs, waar hij zijn favoriete onderwerpen vond onder modieuze Parijzenaren en zich kon onderdompelen in de moderne kunst die daar te zien was. In de lente van 1913 verruilde hij die stad voor Londen, waar hij een tijd een eigen studio had. Ondanks alle reizen en alle indrukken bleef Israels altijd zichzelf. Hij was in Parijs een buurman van Picasso, ging de stad in met Kees van Dongen, bewonderde de symbolist Odilon Redon en had een tijd een van de Zonnebloemen van Vincent van Gogh aan de muur. Door al die moderne indrukken liet hij zich echter niet meer van zijn moeizaam ontwikkelde pad afbrengen. Na zijn Amsterdamse jaren werd zijn palet wat lichter en zijn onderwerpen mondainer, maar hij bleef tot zijn dood vasthouden aan zijn virtuoze impressionistische stijl. In 1923 vestigde hij zich definitief op de Haagse Koninginnegracht, waar hij het atelier van zijn vader tot lang na diens dood leeg had laten staan.