Staand naakt Staand naakt

J.C.B. (JAN) SLUIJTERS 1881 's-Hertogenbosch - 1957 Amsterdam Staand naakt

Olieverf / Doek: 100,5 x 80,5 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

Jan Sluijters heeft in zijn lange carrière talloze onderwerpen geschilderd: landschappen, stillevens, bloemstukken en portretten. Toch is hij bij een groot publiek vooral bekend geworden als schilder van vrouwen. Vooral door zijn naakten verwierf hij faam, maar aan het begin ook kritiek. Zijn naakten werden vaak als aanstootgevend ervaren. In de preutse tijd aan het begin van de 20e eeuw was het realistische naakt zeker geen algemeen aanvaard onderwerp in de beeldende kunst. In de kunstgeschiedenis zijn vaak naakte mensen te zien op schilderijen en beeldhouwwerken, maar meestal in een mythologische of Bijbelse setting. Er was altijd een hogere betekenis in het kunstwerk die de naakten acceptabel maakte. Sluijters behandelde zijn vrouwelijke modellen als een individueel onderwerp, als objecten van schoonheid, zonder het naakt in een verhalende context te plaatsen. Zijn schilderijen veroorzaakten dan ook in de eerste decennia van de 20e eeuw veel opschudding. Twee series naakten uit 1911 werden zelfs verwijderd uit de tentoonstelling van De Moderne Kunstkring in het Stedelijk Museum in Amsterdam, omdat zij ‘onbehoorlijk, onkuis, aanstootgevend en ergerlijk voor het publiek’ zouden zijn. Zelfs in de jaren veertig gebeurde het nog dat zijn naakten op last van de burgemeester uit een tentoonstelling werden verwijderd. Tegenwoordig behoren deze schilderijen tot zijn meest geliefde doeken.

In het begin poseerden vooral zijn eerste en tweede echtgenotes - Bertha en Greet - voor hem. Vanaf de jaren twintig werkte hij vaker met andere modellen. Tijdens zijn lange carrière bleef het vrouwelijke naakt één van Sluijters’ favoriete onderwerpen, bij voorkeur gecombineerd met een kleurig element zoals een boeket bloemen of bonte stoffen. Vaak voegde hij stillevenmotieven toe. Op ons schilderij zien we een model dat we in de jaren dertig vaker tegenkomen. De jonge blonde vrouw, die veel lijkt op de bekende Eva uit Museum Arnhem, is hier afgebeeld als schildersmodel in de studio. Zij poseert voor een blauwgrijs gordijn waartegen enkele schilderijen zijn neergezet. De compositie wordt aan de linkerkant afgesloten door een rode lap stof.

In de late jaren twintig was Jan Sluijters, na jaren van experimenteren, geleidelijk teruggekeerd naar een directe en onopgesmukte realistische manier van schilderen. De werkelijkheid werd door hem niet langer geïdealiseerd of vervormd; de schoonheid van die werkelijkheid stond centraal. “Hij die jarenlang hartstochtelijk met complicaties heeft geworsteld, is eindelijk op weg naar eenvoud. Zonder het hele spectrum op te geven, groeien alle genres naar eenvoud en natuur. Geen wervelwinden meer in zijn stillevens, het vuurwerk is gedoofd, zijn draaiende caleidoscoop grijpt de overweldigde toeschouwer niet meer”, schreef een criticus. Die eenvoud spreekt ook uit ons schilderij. “Er heerst een comfortabele stilte rond de prachtige objecten en wanneer zo’n aristocratisch naakt zich bij het tafereel voegt, zal een diepgaande eenvoud de aandacht van de toeschouwer volledig in beslag nemen. Deze naakten, ontdaan van elk mogelijk ‘isme’, worden weergegeven in nobele majesteit; alle geweld is verbannen, een tedere menselijkheid stroomt door de milde vormen”, vervolgde hij.

In zijn vroege jaren had Sluijters vrijwel alle nieuwe -ismen in de schilderkunst verwerkt: fauvisme, luminisme en expressionisme, totdat hij zijn eigen stijl had gevonden. Net als veel andere kunstenaars in de jaren twintig maakte hij een retour à l’ordre: een terugkeer naar een gematigd klassiek figuratieve stijl. Maar zijn terugkeer naar het realisme maakte hem allesbehalve een ouderwetse schilder. Want wat niet veranderde, was zijn enorme plezier in het schilderen en zijn uitbundige en geraffineerde kleurgebruik. Zelfs na de oorlog bleef zijn werk een belangrijke inspiratiebron voor de kunstenaars van de CoBrA-beweging. De criticus Kasper Niehaus schreef: ‘Hij stak alle stromingen over zonder erin te verdrinken.’ In contrastrijke, felle kleuren en stoutmoedige verfstreken ontstonden kleurrijke landschappen, uitbundige bloemstillevens en portretten van prominente Nederlanders. Sluijters maakte veel liefdevolle portretten van zijn gezin, maar vrouwen, naakt of gekleed, bleven zijn favoriete onderwerp.

Artiest
J.C.B. (JAN) SLUIJTERS1881 's-Hertogenbosch - 1957 Amsterdam

Titel
Staand naakt

Materiaal & Techniek
Olieverf / Doek

Afmetingen
Hoogte: 100,5 cm

Breedte: 80,5 cm

Signatuur
Rechtsboven gesigneerd "Jan Sluijters"

Provenance
Collectie Jan Sluijters Jr, Loenersloot

Particuliere collectie Nederland, 2000 - 2016

Kunsthandel Jacques Fijnaut, Amsterdam

Particuliere collectie Duitsland, 2016 - 2025

Literatuur
The work is included in the "Catalogue Raisonné" by the 'Netherlands Institute for Art History (RKD)', The Hague

Permalink: https://rkd.nl/explore/images/100763

Datering
ca. 1930

Categorie
Schilderijen

Over J.C.B. (JAN) SLUIJTERS

Jan Sluijters behoort tot de belangrijkste Hollandse schilders uit de eerste helft van de 20ste eeuw. In 1904 won hij de Prix de Rome. De moderne Franse schilderkunst leerde Sluijters in 1906/1907 in Parijs kennen en was van beslissende invloed op zijn werk. Hier kreeg hij contact met nieuwe stromingen in de kunst zoals het Fauvisme (Matisse, De Vlaminck, Roualt, Van Dongen) en het luminisme (Seurat, Signac). In de jaren 1906 - 1916 verwierf hij erkenning als één van de grote vernieuwers van de Nederlandse schilderkunst. In de periode dat Sluijters een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Nederlandse luminisme was, met name in de jaren 1907-1911, keerde het onderwerp bos, bomen, lanen en zandwegen regelmatig terug in zijn werk; meer dan 15 keer werd deze thematiek - voorzover bekend - afzonderlijk, dan wel in combinatie door hem behandeld. De bosgezichten uit 1907 en 1908 roepen herinneringen op aan de composities en het kleurgebruik van Vincent van Gogh (1853-1890). De topografie, het perspectief en de nog precieze weergave van bomen en gebladerte domineren de composities uit deze jaren. Door privé-omstandigheden, vertrok Sluijters met zijn vriendin Greet van Cooten naar het Brabantse Heeze. Aldaar schilderde hij een aantal uitbundige bosgezichten, boomgaarden en boerderijen. Kleurcontrasten, divisionistische korte verfstreken in horizontale en verticale vorm naast de langere lijnen van de boomstammen kenmerken het handschrift. Beïnvloeding, keuze voor dezelfde onderwerpen en samenwerking tussen Piet Mondriaan (1872-1944), Leo Gestel (1881-1941) en Sluijters is door vele auteurs aan de orde gesteld. Ook in dit geval geven de natuurstudies van bomen in niet-realistische kleuren, die een expressie van de beleving van de natuur tot uitdrukking moeten brengen, niet alleen overeenkomsten, maar tevens verschillen tussen de drie kunstenaars te zien. In 1908 schilderde Mondriaan zijn beroemde en monumentale "Bos bij Oele" (collectie Haags Gemeente-museum), waarin in het bijzonder het accent gelegd wordt op horizontale en verticale lijnen in gele en blauwviolette kleurcontrasten. Dit schilderij, voor het eerst tentoongesteld in januari 1909 op een gemeenschappelijke expositie van Kees Spoor (1867-1928), Sluijters en Mondriaan in het Stedelijk Museum te Amsterdam, moet op Sluijters grote indruk hebben gemaakt. De wijze waarop de bomen in het "Boschlaantje" uit 1910 vorm en kleur gegeven zijn, getuigt van deze beïnvloeding, maar tevens van het grotere accent dat Sluijters legde op het bontere kleurengamma: blauw, violet, geel, rood, zwart en vele groenvarianten. Het perspectief speelde steeds minder een rol in de bosgezichten van 1910 en 1911; in het "Boschlaantje" slechts aangegeven door de locatie van de bomen en de korte verfstreken van de weg. Zoals in het "Bos bij Oele" reiken de bomen en de kruinen tot in de hemel en besluiten aan de bovenzijde het schilderij. Horizon en gebladerte lopen vloeiend in elkaar over. De schilderijen die Sluijters in 1910 maakte, behoren tot de fraaiste werken uit zijn luministische periode. Zo ook het "Boschlaantje", waarin op bijna abstracte wijze het spel van korte en lange lijnen, brede en smalle kleurvlakken zich voltrekt. Toch blijft Sluijters door de bomen het bos zien; de compositie blijft herkenbaar. Het ging Sluijters niet om "het zoeken naar effect, om met kleuren te patsen", zoals hij zijn schildersvriend Kees Spoor in 1910 toevertrouwde, maar om "een heviger voelen van superioriteit van geest, die ontroerd wordt door de dingen die boven het gewoon optisch waarneembare staan" in verf uit te drukken. In de loop van 1911, samenvallend met zijn vertrek uit Laren, brak Sluijters met het luminisme en sloeg hij een andere artistieke weg in.