Kind met cactus | In bruikleen voor tentoonstelling 'De kinderen van Sluijters', 3 oktober 2026 - 21 februari 2027, Het Noordbrabants Museum Kind met cactus | In bruikleen voor tentoonstelling 'De kinderen van Sluijters', 3 oktober 2026 - 21 februari 2027, Het Noordbrabants Museum

J.C.B. (JAN) SLUIJTERS 1881 's-Hertogenbosch - 1957 Amsterdam Kind met cactus | In bruikleen voor tentoonstelling 'De kinderen van Sluijters', 3 oktober 2026 - 21 februari 2027, Het Noordbrabants Museum

Olieverf / Doek: 129 x 96 cm


Beschikbaar, prijs op aanvraag
  • Dit object kan bekeken worden in onze gallery
  • Bel ons voor meer informatie: +31 26 361 1876
  • Wereldwijde verzending mogelijk

Details

Jan Sluijters – Kinderportretten

Binnen het oeuvre van Jan Sluijters (1881–1957) nemen zijn kinderportretten een bijzondere plaats in. Hij schilderde zijn eigen kinderen, maar ook kinderen uit zijn directe omgeving en in opdracht. In deze vaak intieme werken verenigde Sluijters een scherp observatievermogen met de vrije, kleurrijke schildertrant die zo kenmerkend is voor zijn kunstenaarschap.

Met een losse penseelvoering en uitgesproken kleurcontrasten wist hij zijn jonge modellen een opmerkelijke aanwezigheid te geven. Kleding en achtergrond zijn dikwijls vrij en spontaan geschilderd, terwijl de aandacht zich concentreert op het gezicht en vooral op de blik. Daarmee ontstonden portretten die niet alleen een treffende gelijkenis tonen, maar ook iets van het karakter en de belevingswereld van het kind lijken vast te leggen.

Lange tijd werden deze werken vooral gewaardeerd om hun charme en soms zelfs als sentimenteel beschouwd. Tegenwoordig is er meer oog voor hun schilderkunstige betekenis. Juist in de kinderportretten komt Sluijters’ vermogen naar voren om intimiteit en herkenbaarheid te verbinden met de verworvenheden van de moderne schilderkunst.

Deze portretten vormen daarmee een persoonlijk én artistiek betekenisvol hoofdstuk binnen zijn oeuvre en binnen de Nederlandse portretkunst van de eerste helft van de twintigste eeuw.

Dit schilderij was van kunsthandelaar Jacques Goudstikker die op zijn vlucht voor de nazi’s overleed. Ze namen zijn collectie in beslag en veilden een deel daarvan in oktober 1940 bij Mensing & Zoon in Amsterdam. In 2023 gerestitueerd aan de enig erfgenaam van Jacques Goudstikker.

Artiest
J.C.B. (JAN) SLUIJTERS1881 's-Hertogenbosch - 1957 Amsterdam

Titel
Kind met cactus | In bruikleen voor tentoonstelling 'De kinderen van Sluijters', 3 oktober 2026 - 21 februari 2027, Het Noordbrabants Museum

Materiaal & Techniek
Olieverf / Doek

Afmetingen
Hoogte: 129 cm

Breedte: 96 cm

Provenance
Collectie Jan Sluijters, Amsterdam 1916-1923

Kunsthandel Jacques Goudstikker-Miedel, Amsterdam 1923, inv.no. 6166

Veiling Mensing en Zoon, Nalatenschap J. Goudstikker, Amsterdam, 10-09-1940, lot 117

Kunsthandel G.J. Scherpel, Bussum 1981

Veiling Sotheby's, Amsterdam, 29-09-1986, lot 243

Particuliere collectie Nederland, 1986-2023

Gerestitueerd aan de erven Jacques Goudstikker, Amsterdam 2023

Tentoonstellingen
Den Haag, De Opbouw, 'Jan Sluijters', 1922-10 (zie recensie Algemeen handelsblad, 12 oktober 1922)

Amsterdam, Stedelijk Museum Amsterdam, 'Tentoonstelling van, ter gelegenheid van het regeringsjubileum 1898-1923', 1923

Amsterdam, Gebouw voor Beeldende Kunst, 'Overzicht van het werk van Jan Sluijters', 1923-11 (zie recensie)

Rotterdam, Rotterdamsche Kunstkring, 'Tentoonstelling werken van Jan Sluijters', 1923-02-11, no. 4 (met titel: Kinderportret in interieur; zie artikel in het NRC, 21 feb. 1923)

Den Haag, Pulchri Studio, 'Jan Sluijters', 1930-04-06, no. 54 Laren, Singer Museum, 'Jan Sluijters', ca. 2000

's-Hertogenbosch, Noordbrabants Museum, ‘De Kinderen van Sluijters’, 21-09-2026 – 7-02-2027

Bois-le-Duc, Noordbrabants Museum, ‘De Kinderen van Sluijters’, 21-09-2026 – 7-02-2027

Literatuur
J. Havelaar, "Hollandsche Kunstenaarskring. Stedelijk Museum, Amsterdam', Het Vaderland, 28 maart 1923 ('Sluyters, steeds weeker en killer in zijn geraffineerd sensualisme, wiens groote naakt, amechtig verzonken in de weeke kussens, althans hem in zijn virtuositeit doet kennen en wiens kleine jongetje een prachtig brokje is in een overigens rammelend schilderij')

W.J. de Gruyter, 'Jan Sluyters. Pulchri Studio', Het Vaderland, .. april 1930, avondblad C (' In het laatste doek is de kamer de schoone droomtuin van het kind geworden en bloeien al de groote, bonte dingen als vreemde gewassen rond het kind omhoog...')

. .., 'Kunst in Den Haag. Jan Sluyters in "De Opbouw", Algemeen Handelsblad, 12 oktober 1922 ('.. Zoo'n interieur als dat met de zittende baby op den voorgrond schijnt haast in drift gedaan. Maar hoe ontwart zich uit de veelheid van lijnen en kleuren bij nadere beschouwing een zuivere harmonie die zonder overleg, bij intuitie schijnt te zijn bereikt.')

..., 'Rotterdamsche Kunstkring. Jan Sluyters. II', NRC, 21 feb. 1923 ('..Heerlijk is daarbij dat dreumesje op den grond, boven hem heel de kamerrommel.')

..., 'Rotterdamsche Kunstkring. Jan Sluijters (Slot)', NRC, 4 maart 1923 ('En ook het ouder geworden kind: het groot-blauwoogige ventje met ballon en pop, met heel zijn wereldje van speelgoed rondom; of, kruipend op den grond, door zijn domein "de kamerruimte" - achter in de zaal rechts -, waar het als een kleine dreumes, naast het donkere vlak van het tafelkleed, zijn groote, ronde blauwe kijkoogen op den schilder heeft gericht, verwonderd starend, een beetje schuchter, "wat die vreemde man daar moet?". Zijn speelgoed laat het liggen, zijn handjes zijn werkeloos, alles in hem concentreert zich op die verbazing! Het licht valt over zijn blonde bolletje, over het witte jurkje heen. Onder in den hoek zit het, amper boven de lijst uitkomend, en boven hem is heel de kamerruimte met al de dingen, kleurvlekkend, daarin nauwelijks te onderscheiden; doch waarin toch alles zijn beteekenis heeft. Neem de roode vlak rechts onderop weg, en het evenwicht is verstoord.')

., 'Gebouw voor Beeldende Kunsten. Jan Sluyters. II', NRC, 9 dec. 1923 ('.. en dat heerlijke blauwoogige krullekopje, in een hoek van de lijst gezet /.../ Of hij zijn blauwoogig jongske schildert, daar preutsch in een hoek van de kamer zittend; of die wonderlijke Staphorster landschappen, waar een stijf boerinnetje even voorbij scheert onder op het doek (in de achterbovenzaal): /.../, om het even, een sterke suggestie gaat van alles uit.')

Kunstwerk is opgenomen in de "Catalogue Raisonné" door het 'Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD)' te 's-Gravenhage

Permalink: https://rkd.nl/images/100770

Datering
ca. 1916

Categorie
Schilderijen

Over J.C.B. (JAN) SLUIJTERS

Jan Sluijters behoort tot de belangrijkste Hollandse schilders uit de eerste helft van de 20ste eeuw. In 1904 won hij de Prix de Rome. De moderne Franse schilderkunst leerde Sluijters in 1906/1907 in Parijs kennen en was van beslissende invloed op zijn werk. Hier kreeg hij contact met nieuwe stromingen in de kunst zoals het Fauvisme (Matisse, De Vlaminck, Roualt, Van Dongen) en het luminisme (Seurat, Signac). In de jaren 1906 - 1916 verwierf hij erkenning als één van de grote vernieuwers van de Nederlandse schilderkunst. In de periode dat Sluijters een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Nederlandse luminisme was, met name in de jaren 1907-1911, keerde het onderwerp bos, bomen, lanen en zandwegen regelmatig terug in zijn werk; meer dan 15 keer werd deze thematiek - voorzover bekend - afzonderlijk, dan wel in combinatie door hem behandeld. De bosgezichten uit 1907 en 1908 roepen herinneringen op aan de composities en het kleurgebruik van Vincent van Gogh (1853-1890). De topografie, het perspectief en de nog precieze weergave van bomen en gebladerte domineren de composities uit deze jaren. Door privé-omstandigheden, vertrok Sluijters met zijn vriendin Greet van Cooten naar het Brabantse Heeze. Aldaar schilderde hij een aantal uitbundige bosgezichten, boomgaarden en boerderijen. Kleurcontrasten, divisionistische korte verfstreken in horizontale en verticale vorm naast de langere lijnen van de boomstammen kenmerken het handschrift. Beïnvloeding, keuze voor dezelfde onderwerpen en samenwerking tussen Piet Mondriaan (1872-1944), Leo Gestel (1881-1941) en Sluijters is door vele auteurs aan de orde gesteld. Ook in dit geval geven de natuurstudies van bomen in niet-realistische kleuren, die een expressie van de beleving van de natuur tot uitdrukking moeten brengen, niet alleen overeenkomsten, maar tevens verschillen tussen de drie kunstenaars te zien. In 1908 schilderde Mondriaan zijn beroemde en monumentale "Bos bij Oele" (collectie Haags Gemeente-museum), waarin in het bijzonder het accent gelegd wordt op horizontale en verticale lijnen in gele en blauwviolette kleurcontrasten. Dit schilderij, voor het eerst tentoongesteld in januari 1909 op een gemeenschappelijke expositie van Kees Spoor (1867-1928), Sluijters en Mondriaan in het Stedelijk Museum te Amsterdam, moet op Sluijters grote indruk hebben gemaakt. De wijze waarop de bomen in het "Boschlaantje" uit 1910 vorm en kleur gegeven zijn, getuigt van deze beïnvloeding, maar tevens van het grotere accent dat Sluijters legde op het bontere kleurengamma: blauw, violet, geel, rood, zwart en vele groenvarianten. Het perspectief speelde steeds minder een rol in de bosgezichten van 1910 en 1911; in het "Boschlaantje" slechts aangegeven door de locatie van de bomen en de korte verfstreken van de weg. Zoals in het "Bos bij Oele" reiken de bomen en de kruinen tot in de hemel en besluiten aan de bovenzijde het schilderij. Horizon en gebladerte lopen vloeiend in elkaar over. De schilderijen die Sluijters in 1910 maakte, behoren tot de fraaiste werken uit zijn luministische periode. Zo ook het "Boschlaantje", waarin op bijna abstracte wijze het spel van korte en lange lijnen, brede en smalle kleurvlakken zich voltrekt. Toch blijft Sluijters door de bomen het bos zien; de compositie blijft herkenbaar. Het ging Sluijters niet om "het zoeken naar effect, om met kleuren te patsen", zoals hij zijn schildersvriend Kees Spoor in 1910 toevertrouwde, maar om "een heviger voelen van superioriteit van geest, die ontroerd wordt door de dingen die boven het gewoon optisch waarneembare staan" in verf uit te drukken. In de loop van 1911, samenvallend met zijn vertrek uit Laren, brak Sluijters met het luminisme en sloeg hij een andere artistieke weg in.